← Week 27

Rechtbank Noord-Holland · 17 juni 2026

Kort geding: bestaan van informele vof tussen drie BV's onvoldoende aannemelijk

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Een opslagbedrijf vordert in kort geding betaling en verwijdering van opgeslagen materiaal en stelt primair dat drie vennootschappen onder een gezamenlijke naam een informele vof vormen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestaan van een vof onvoldoende aannemelijk is: een gezamenlijke website en e-mailadres volstaan niet, zeker niet bij een moeder-dochterverhouding tussen BV's. De vorderingen jegens de derde vennootschap en de vermeende vof zijn niet-ontvankelijk; verwijdering wordt geclausuleerd toegewezen jegens twee andere vennootschappen.

Kernoverwegingen

“Sagro baseert de aansprakelijkheid van Prefas c.s. primair op de stelling dat Prefas, Caltech en Oxygen Republic onder de naam ‘[gedaagde 4]’ een (informele) vennootschap onder firma (hierna: vof) zouden vormen. Prefas c.s. betwisten dat.”

r.o. 5.3

“Prefas c.s. voeren aan dat geen sprake is van een vof tussen Caltech, Prefas en Oxygen Republic. Voor het bestaan van een vof moeten volgens Prefas c.s. de vennoten zijn overeengekomen een bedrijf te zullen uitoefenen op voet van gelijkheid, onder een gemeenschappelijke naam, met gedeeld ondernemingsrisico en met winstdeling. Aan geen van de vereisten voor het bestaan van een vof is voldaan, aldus Prefas c.s. Oxygen Republic is medeaandeelhouder en -bestuurder van Prefas en Caltech en medeaandeelhouder en -bestuurder van [gedaagde 4] Holding B.V. Er is volgens Prefas c.s. sprake van een hiërarchische concernstructuur met Bv’s en niet van een samenwerking op voet van gelijkheid. Het bestaan van [gedaagde 4] Holding B.V. als holdingvennootschap onderstreept dat de betrokken partijen hun samenwerking hebben vormgegeven via het BV-recht, niet via het personen vennootschapsrecht, aldus nog steeds Prefas c.s.”

r.o. 5.5

“Hoewel ook Bv’s onderling een vof kunnen aangaan, ligt dat bij een vennootschapsrechtelijke moeder-dochter verhouding niet voor de hand. Sagro heeft in dit verband, mede gelet op de gemotiveerde betwisting, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een (informele) vof. De stelling dat partijen met een gezamenlijke website en e-mailadres onder de naam ‘[gedaagde 4]’ (zie r.o. 3.4) naar buiten treden, is daarvoor in elk geval onvoldoende. Daarnaast is ook niet gebleken dat er tussen Oxygen Republic en Sagro een contractuele relatie bestaat. De voorzieningenrechter zal Sagro daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen jegens Oxygen Republic en ‘[gedaagde 4]’.”

r.o. 5.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:7223
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
17 juni 2026
Datum publicatie
29 juni 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 27 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.