Rechtbank Noord-Holland · 24 juni 2026
Hoofdelijke aansprakelijkheid van beide vennoten vof voor onbetaald cursusgeld, ook na opheffing
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een onderwijsinstelling vordert onbetaald cursusgeld van twee vennoten van een vennootschap onder firma, nadat een van hen namens de vof een derdenmachtiging had ondertekend. De kantonrechter oordeelt dat alle vennoten van een vof hoofdelijk aansprakelijk zijn voor bedrijfsschulden, ook na opheffing van de vof. Het verweer dat een van hen slechts stille vennoot was, faalt omdat beide vennoten volledig bevoegd zijn. De hoofdsom wordt toegewezen; de incassokosten niet.
Kernoverwegingen
“Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagde sub 1 op 11 november 2024 namens de vof een derdenmachtiging heeft ondertekend. Daarmee heeft hij rechtsgeldig verklaard dat de vof het cursusgeld voor de opleiding van gedaagde sub 1 zal betalen. Bij een vof zijn alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor alle bedrijfsschulden. Dat blijft ook zo na opheffing van de vof.”
r.o. 4.7
“Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat zowel gedaagde sub 1 als gedaagde sub 2 volledig bevoegde vennoten van de vof zijn. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan de stelling van [gedaagden] dat gedaagde sub 2 slechts als ‘stille vennoot’ aan de onderneming zou zijn verbonden. Dat betekent dat niet alleen gedaagde sub 1, maar ook zijn broer (gedaagde sub 2) kan worden aangesproken voor de volledige schuld van de vof aan Nova College. De conclusie is dan ook dat de vordering tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) toewijsbaar is.”
r.o. 4.8