← Week 35

Rechtbank Noord-Holland · 18 augustus 2026

Rechtbank benoemt bestuur stichting op grond van artikel 2:299 BW

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een bisschop, een van zijn medewerkers en een kerkelijke eparchie verzoeken de rechtbank om op grond van artikel 2:299 BW een nieuw bestuur voor een stichting te benoemen. De rechtbank oordeelt dat de verzoekers belanghebbenden zijn en dat de stichting geen bestuur heeft, omdat de bestuurders na afloop van de statutaire termijn van twee jaar van rechtswege zijn gedefungeerd en niet (impliciet) zijn herbenoemd. Met het oog op de continuïteit benoemt de rechtbank de drie personen die de stichting feitelijk hebben bestuurd.

Kernoverwegingen

“Iemand is belanghebbende in de zin van artikel 2:299 BW als hij (i) door de uitkomst van de procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat hij mag opkomen om dit belang te beschermen, (ii) dan wel anderszins zo nauw betrokken is (of is geweest) bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen zijn.”

r.o. 5.3

“Artikel 4 lid 5 van de statuten luidt:

Behoudens het in het voorgaande bepaalde eindigt het bestuurslidmaatschap door opzegging bij aangetekend schrijven, overlijden of roiement. (onderstreping door de rechtbank)

Uit de passage “Behoudens het in het voorgaande bepaalde” volgt naar het oordeel van de rechtbank dat opzegging, overlijden en royement niet de enige omstandigheden zijn die het bestuurslidmaatschap doen eindigen. Een redelijke uitleg van het artikel brengt met zich mee dat “behoudens het in het voorgaande bepaalde” ziet op de eerste zin van artikel 4 lid 3:

Bestuursleden worden benoemd voor een periode van 2 (twee) jaar.

Andere voorgaande leden en artikelen zien duidelijk niet op de duur of het einde van het bestuurslidmaatschap. Daarmee brengt het verstrijken van de termijn van twee jaar het einde van het bestuurslidmaatschap met zich. Als de statutaire zittingstermijn van een bestuurder is verlopen defungeert hij van rechtswege.”

r.o. 5.9

“Een benoemingsbesluit kan impliciet worden genomen, maar dat vergt dan wel dat feiten en omstandigheden zijn gesteld die daarop duidelijk wijzen. Gedragingen van de desbetreffende bestuurder alleen volstaan daarvoor niet. Er moet uit de feiten en omstandigheden een besluit kunnen worden geconstrueerd. Het is aan verweerder om te onderbouwen dat die feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar zij heeft daarover – ook nadat zij daarnaar bij de mondelinge behandeling is gevraagd – niets aangevoerd. De enkele voortdurende inschrijving van bestuurders in het handelsregister is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van een impliciete herbenoeming.”

r.o. 5.13

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:9685
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
25 augustus 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:299 BW, 2:289 BW, 2:2 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 35 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.