Rechtbank Noord-Nederland · 19 juni 2026
Verduurzamingsbesluiten VvE niet nietig of vernietigbaar; toets aan artikel 2:8 BW
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een eigenaar in een vereniging van eigenaars verzocht besluiten over een verduurzamingsplan, een Warmtefonds-lening en hogere bijdragen te schorsen, nietig te verklaren of te vernietigen. De kantonrechter wijst dit af: het reglement sluit lenen niet uitdrukkelijk uit en het besluit is, mede gelet op de meer dan 90% steun, niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 lid 1 BW.
Kernoverwegingen
“Wat betreft het besluit over de NWF-lening: artikel 38 lid 1 Sr bepaalt dat tot het aangaan van overeenkomsten waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen voortvloeien over een langere periode dan één jaar, slechts door de vergadering kan worden besloten als de mogelijkheid daartoe uit het reglement blijkt, tenzij het gaat om een overeenkomst die betrekking heeft op het normale beheer van de gemeenschap en de gemeenschappelijke huishouding. Van een lening die betrekking heeft op normaal beheer is – zoals hierna uiteen wordt gezet – naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake en in het Splitsingsreglement van de VvE worden zo te zien geen andere uitzonderingen genoemd. Op 1 januari 2018 is echter de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars in werking getreden. Vanaf dat moment is een VvE op grond van artikel 5:126 lid 4 BW bevoegd om een overeenkomst van geldlening aan te gaan, tenzij het reglement uitdrukkelijk anders bepaalt. In de Memorie van Toelichting op de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015-2016, 34479, nr. 3, pag. 24 en 25 is hierover het volgende opgetekend: “Tegen de achtergrond van de voorgestelde wijziging - het bieden van rechtszekerheid aan zowel VvE’s als geldverstrekkers- zullen in het reglement op te nemen voorwaarden of inperkingen zo expliciet mogelijk moeten worden verwoord. In de Modelreglementen van 1973, 1983 en 1992, is bijvoorbeeld opgenomen dat tot het aangaan […]”
r.o. 4.3.1
“De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] om de besluiten die de BALV op 23 maart 2026 heeft genomen, te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 lid 1 BW wordt geëist, ook af. De VvE onderzoekt al meerdere jaren of er energiebesparende maatregelen kunnen worden getroffen en vaststaat dat meer dan 90% van de leden zich tijdens die BALV voor de voorgestelde verduurzaming met een lening van het NWF heeft uitgesproken. De VvE heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat het voorstel aan de leden zorgvuldig is voorbereid en dat er voldoende en realistische, want op meerdere offertes en adviezen gebaseerde informatie aan de leden is gegeven, om over de wenselijkheid van de voorgestelde maatregelen en de financiering daarvan een afgewogen beslissing te kunnen nemen. Dat nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld hoeveel energiekosten daarmee daadwerkelijk kunnen worden bespaard, is inherent aan het feit dat met prognoses moet worden gewerkt en dat kosten tijdens de uitvoering van een project onverhoopt hoger kunnen uitvallen dan verwacht, is eveneens een bekend gegeven. Dat de VvE nog geen besluit heeft genomen over eventuele brandwerende maatregelen, leidt niet tot een ander oordeel.
Schorsing”
r.o. 4.4
“Het verzoek van [verzoeker] om de bestreden besluiten te schorsen tot onherroepelijk op zijn verzoek is beslist, wordt niet toegewezen. Dat er mogelijk een onomkeerbare situatie ontstaat als de VvE de besluiten gaat uitvoeren, is geen reden om anders te beslissen. Te minder nu een (over)grote meerderheid van de leden van de VvE er groot belang bij heeft om de verduurzamingsmaatregelen met de lening van het NWF te kunnen realiseren.
Proceskosten”
r.o. 4.5