Rechtbank Noord-Nederland · 25 februari 2026
Koopovereenkomst percelen; schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid; artikel 2:240 lid 3 BW zijdelings
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een koper van bedrijfspercelen stelt dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen met een vastgoedvennootschap, die zich beroept op onbevoegde vertegenwoordiging door familieleden van de bestuurder. De rechtbank neemt een gebonden koopovereenkomst aan op grond van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Boek 2 speelt slechts zijdelings een rol: artikel 2:240 lid 3 BW wordt gebruikt om te oordelen dat alleen de vennootschap zelf zich op onbevoegdheid van haar vertegenwoordiger kan beroepen.
Kernoverweging
“Ten aanzien van dat laatste overweegt de rechtbank dat uit het bepaalde in artikel 2:240 lid 3 BW volgt dat alleen de vennootschap zelf een beroep op onbevoegdheid van haar vertegenwoordiger toekomt, zodat alleen om die reden al dit verweer van VK niet kan slagen. Los daarvan heeft [directeur] verklaard dat hij tot twee keer toe mandaat had gekregen van de Raad van Bestuur van Ballast Nedam, wat ook ter zitting door [lid raad van bestuur] is bevestigd. Daarmee staat de bevoegdheid van [directeur] om de koopovereenkomst namens [eiser] aan te gaan vast.”
r.o. 5.27