← Week 12

Rechtbank Oost-Brabant · 2 maart 2026

Rechtelijke benoeming bestuurders stichting zonder bestuur ex artikel 2:299 BW

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een stichting had geen bestuur meer, omdat de statutaire zittingstermijnen van de bestuurders waren verstreken en niemand was herbenoemd. De executeur van een nalatenschap, waarin de stichting erfgenaam is, vroeg de rechtbank om bestuurders te benoemen. De rechtbank beschouwt de executeur als belanghebbende in de zin van artikel 2:299 BW en wijst het verzoek toe, omdat de stichting zonder bestuur de erfstelling niet kan aanvaarden.

Kernoverwegingen

“In artikel 2:299 BW is bepaald dat, telkens wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur van een stichting geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien, de rechtbank, op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie in de vervulling van de ledige plaats kan voorzien. De rechtbank dient daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht te nemen.”

r.o. 3.2

“Verzoekster kan in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van wijlen [overledene] worden aangemerkt als belanghebbende bij de Stichting in de zin van artikel 2:299 BW. Zij is daarom ontvankelijk in haar verzoek.”

r.o. 3.3

“Uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat wijlen [overledene] in zijn testament de Stichting (mede) tot erfgenaam van zijn nalatenschap heeft benoemd. Onweersproken is gesteld dat voor de aanvaarding van die nalatenschap door de Stichting een bestuursbesluit noodzakelijk is. De erfgenaam zal de erfstelling immers moeten aanvaarden, voordat tot overdracht daarvan kan worden overgegaan. De Stichting heeft op dit moment echter geen bestuur, omdat de termijn waarvoor de eerder aangestelde bestuursleden waren benoemd, is verstreken. In artikel 5 lid 2 van de statuten is immers bepaald dat een bestuurder wordt benoemd voor een periode van twee jaar en die termijn is (ruimschoots) verstreken. Voor verzoekster, als zijnde executeur in de nalatenschap van wijlen [overledene] , is het daardoor niet mogelijk om de nalatenschap over te dragen aan de erfgenaam, zijnde de Stichting, en zijn taak als zodanig uit te voeren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de Stichting over een bestuur beschikt en de erfstelling wordt aanvaard.”

r.o. 3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1844
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
2 maart 2026
Datum publicatie
20 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:299 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 12 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.