Rechtbank Oost-Brabant · 15 april 2026
Kort geding huur bedrijfsruimten; boetes toegewezen, 403-verklaring moeder onbetwist
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Kort geding van een verhuurder tegen huurders (dochtervennootschappen) en hun moedermaatschappij over vijf gesloten casino- en speelautomatenhallen. De vorderingen tot hervatting van de exploitatie worden afgewezen omdat nakoming niet reëel is, maar de contractuele boetes worden grotendeels toegewezen. Boek 2 speelt alleen een rol doordat de moedermaatschappij op grond van een niet-bestreden verklaring ex artikel 2:403 BW ook hoofdelijk voor de boetes aansprakelijk is.
Kernoverwegingen
“[gedaagde 3] heeft zich met een verklaring als bedoeld in artikel 2:403 lid 1 sub f van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen die op of na 1 januari 2001 zijn aangegaan door [gedaagde sub 1 en 2]”
r.o. 2.6
“De veroordelingen tot betaling van de boetes, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. De veroordeling tot betaling van de boetes berust op grond van de niet-bestreden 403-verklaring ook op [gedaagde 3] .”
r.o. 4.42