Rechtbank Overijssel · 10 juni 2026
Verstekvonnis: bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW voor faillissementstekort, ook middellijk bestuurder
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een curator vordert op grond van artikel 2:248 BW dat de bestuurder en de middellijk bestuurders van een failliete bv hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het faillissementstekort, omdat zij de administratie- en publicatieplichten zouden hebben geschonden. Gedaagden verschijnen niet en de rechtbank wijst de vorderingen bij verstek toe, inclusief een voorschot van 350.000 euro. De rechtbank rekent tot het toewijsbare tekort alle schulden die niet uit de overige baten kunnen worden voldaan, ongeacht of het faillissementsschulden of boedelschulden zijn.
Kernoverwegingen
“Tegen [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] is verstek verleend, omdat zij -hoewel goed opgeroepen- niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). De door Eringa q.q. ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagde 1] B.V., [gedaagde 2] B.V. en [gedaagde 3] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van Eringa q.q. gelet op voornoemd kader toewijsbaar, met inachtneming van het volgende.”
r.o. 3.1
“De curator vordert het faillissementstekort na verificatievergadering, te vermeerderen met de boedelschulden en de overige faillissementskosten. De rechtbank verstaat onder het op grond van artikel 2:248 BW toewijsbare tekort alle schulden die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, ongeacht of het préfaillissementschulden of boedelschulden zijn.
De beslagkosten”
r.o. 3.2