Rechtbank Overijssel · 14 juli 2026
Interne bestuurdersaansprakelijkheid na onttrekking van contanten en privégebruik van pinpas
- Aansprakelijkheid deels toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een vennootschap vordert van haar voormalige bestuurder schadevergoeding omdat hij contante gelden heeft onttrokken en de bankpas privé heeft gebruikt, en betaling van een overeengekomen inbreng. De kantonrechter oordeelt dat de bestuurder op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk is, omdat hem een ernstig verwijt treft. Onzekerheid over het onttrokken bedrag door ontbrekende administratie komt voor zijn rekening. Overige schadeposten worden wegens onvoldoende onderbouwing afgewezen; in totaal wordt € 14.360,07 toegewezen.
Kernoverwegingen
“De kantonrechter overweegt vooropgesteld dat op grond van artikel 2:9 BW (interne bestuurdersaansprakelijkheid) iedere bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Een bestuurder die in de vervulling van zijn taak is tekortgeschoten is alleen aansprakelijk voor de schade die de door hem bestuurde rechtspersoon als gevolg van de tekortkoming lijdt, als hem ter zake daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt.”
r.o. 4.4
“[gedaagde] erkent dat hij contant geld heeft verduisterd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij daarover verklaard dat hij al het aanwezige contante geld na de sportevenementen mee naar huis heeft genomen en op zijn eigen rekening heeft gestort. Ook erkent hij dat hij de pinpas van [eiser] heeft gebruikt voor privéuitgaven. In de conclusie van antwoord betoogt [gedaagde] – zonder nadere toelichting – dat er sprake was van een rekening-courant verhouding met [eiser]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij daarover verklaard dat er geen rekening-courant verhouding bestond tussen partijen, dat hij zich geld van [eiser] heeft toegeëigend zonder overleg met de andere bestuurders en dat hij wist dat dit ‘fout’ was. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn taak gelet op het voorgaande onbehoorlijk vervuld en kan hem ook een ernstig verwijt gemaakt worden. [gedaagde] wist dat hij onrechtmatig handelde door geld aan de vennootschap te onttrekken en heeft de vennootschap daarmee schade berokkend. Dat is hem aan te rekenen. Omdat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld en hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is hij gehouden de door [eiser] geleden schade als gevolg van dit handelen te vergoeden.
Schade”
r.o. 4.5
“De kantonrechter overweegt verder dat uit de notulen van de organisatievergadering van 26 april 2024, waarbij [gedaagde] aanwezig was, volgt dat er een cashreserve van € 7.000,- aanwezig was en deze reserve in een kluis zou worden bewaard. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter dit aan [gedaagde] voorgehouden, waarna [gedaagde] heeft verklaard dat er inderdaad notulen zijn opgemaakt en rondgestuurd maar dat er nooit is gesproken over een bedrag van € 7.000,-. Volgens [gedaagde] heeft hij in totaal niet meer dan € 2.105,- op zijn eigen rekening gestort. De kantonrechter volgt hem daar niet in omdat uit de organisatienotulen, waarvan [gedaagde] een afschrift heeft ontvangen en waarvan hij de onjuistheid nooit heeft aangekaart, volgt dat een bedrag van € 7.000,- aanwezig was en dat dit bedrag in een kluis zou worden bewaard. [gedaagde] heeft er ook geen steekhoudende verklaring voor gegeven waarom de notulen op dit punt onjuist zouden zijn. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat hij alle aanwezige contanten heeft meegenomen en op zijn eigen rekening heeft gestort. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat niet uit de financiële administratie volgt hoeveel contante gelden aanwezig waren na de evenementen, maar voor zover het ontbreken van een deugdelijke administratie van de contanten tot onzekerheid leidt over de hoogte van het door [gedaagde] onttrokken bedrag, komt dat voor rekening van [gedaagde] omdat hij voor de administratie daarvan […]”
r.o. 4.11