Rechtbank Overijssel · 22 juli 2026
Turboliquidatie staat voortzetting eerder aangevangen procedure niet in de weg
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een schuldeiser vordert in een verstekprocedure betaling van een vennootschap die na de dagvaarding is ontbonden en bij gebrek aan baten is opgehouden te bestaan. De rechtbank oordeelt dat een procedure die vóór de ontbinding is aangevangen, ondanks de ontbinding op grond van artikel 2:19 BW tegen de rechtspersoon kan worden voortgezet. De vordering wordt toegewezen.
Kernoverwegingen
“ACS Camperdealer heeft de rechtbank bij brief van 23 juni 2026 geïnformeerd dat de vennootschap bij besluit van de algemene vergadering van 24 april 2026, per 23 juni 2026 ontbonden is (ex artikel 2:19 lid 1 onder a BW). Omdat de rechtspersoon op dat moment geen baten meer had is zij volgens ASC Camperdealer op 23 juni 2026 ook opgehouden te bestaan (ex artikel 2:19 lid 4 BW) waardoor zij niet in rechte kan verschijnen en, zo begrijpt de rechtbank, ACCH niet-ontvankelijk moet worden verklaard.”
r.o. 2.2
“De rechtbank volgt ASC Camperdealer daar niet in. Wanneer een procedure tegen een rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van zijn ontbinding, kan die procedure tegen de rechtspersoon worden voortgezet. Omdat de procedure bij dagvaarding van 12 juni 2026 is aangevangen, ruim voor de ontbinding van de vennootschap op 23 juni 2026, kan de onderhavige procedure dus worden voortgezet. Dat ASC Camperdealer inmiddels niet meer bestaat, staat daaraan niet in de weg.”
r.o. 2.3