Rechtbank Overijssel · 6 mei 2026
Financieringsgeschil bank en debiteuren; fusie als verkrijging onder algemene titel
- Fusie en splitsing
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een bank vordert verklaringen voor recht over de resterende vorderingen uit meerdere leningen en over verhaal op een hypotheekrecht. De rechtbank wijst een deel toe en wijst de vordering tot gedogen van de executie en de vorderingen tot lossing af. Boek 2 speelt een beperkte rol: op grond van artikel 2:309 BW gaan rechten en verplichtingen door fusies onder algemene titel over, zodat de debiteur gebonden is aan een eerder arrest tegen de verdwenen bank.
Kernoverwegingen
“In artikel 2:309 BW is bepaald dat een fusie een rechtshandeling is van twee of meer rechtspersonen waarbij een van deze rechtspersonen het vermogen van de andere rechtspersoon onder algemene titel verkrijgt. Uit artikel 236 lid 2 Rv volgt dat onder partijen in een procedure mede worden begrepen de rechtverkrijgenden onder algemene titel.”
r.o. 5.41
“Het arrest van 23 november 2010 is het gevolg van het hoger beroep dat is ingesteld tegen het vonnis van 15 februari 2006. Bij de procedure die heeft geleid tot het vonnis waren Rabobank Denekamp en [partij A 1] partij. [partij A 1] heeft op 10 mei 2006 hoger beroep ingesteld. Op dat moment was Rabobank Denekamp niet gefuseerd, die fusie heeft op 31 maart 2008 plaatsgevonden. Dit betekent dat het hoger beroep tegen de juiste procespartij is ingesteld. Gelet op het bepaalde in artikel 236 Rv heeft (uiteindelijk) Rabobank als gevolg van de fusies de rechten en verplichtingen van Rabobank Denekamp onder algemene titel overgenomen. Voor die overgang is niet noodzakelijk dat de naam van de procespartij wordt gewijzigd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [partij A 1] tegenover Rabobank gebonden is aan hetgeen in het arrest van 23 november 2010 is beslist.”
r.o. 5.42