Rechtbank Overijssel · 18 augustus 2026
Bevoegdheid kantonrechter bij verklaringsprocedure derdenbeslag onder vennootschap; artikel 2:241 BW
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een verklaringsprocedure na derdenbeslag onder een vennootschap vorderde de beslaglegger onder meer betaling van ruim € 107.000 en vaststelling van een redelijk loon voor de bestuurder. De kantonrechter oordeelt voorlopig dat op grond van artikel 2:241 BW de rechtbank bevoegd is, omdat het gaat om vorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en haar bestuurder met een bedrag boven € 25.000. Zij is voornemens de zaak te verwijzen en laat partijen eerst reageren.
Kernoverwegingen
“In artikel 477a lid 5 Rv is bepaald dat de kantonrechter in twee gevallen bevoegd is in een procedure als deze (een “verklaringsprocedure” als bedoeld in artikel 477a Rv); als (er duidelijke aanwijzingen zijn dat) het bedrag dat de derde-beslagene aan de beslagene moet betalen onder de € 25.000 blijft (artikel 93 sub a en b Rv) of als de beslagen vorderingen naar hun aard door de kantonrechter worden behandeld (artikel 93 sub c en d Rv).”
r.o. 3.2
“Volgens ELQ is de kantonrechter bevoegd nu het gaat om loonbeslag (artikel 93 sub c Rv). Ingevolge artikel 2:241 BW neemt echter de rechtbank kennis van alle vorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en haar bestuurders waarvan het bedrag onbepaald is of hoger dan € 25.000.”
r.o. 3.3
“De kantonrechter is daarom voorlopig van oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Almelo. Voordat daartoe wordt beslist, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich over de voorgenomen verwijzing uit te laten.”
r.o. 3.4