← Week 36

Rechtbank Overijssel · 19 augustus 2026

Indirect bestuurder niet aansprakelijk wegens onvoldoende stellingen over tussenliggende bestuurders

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Twee dochtervennootschappen vorderen van de holding van hun voormalige bestuurder betaling van rekening-courantschulden en onverschuldigde betalingen, en van de bestuurder persoonlijk terugbetaling en schadevergoeding. De rechtbank wijst de vorderingen op de holding en de terugbetalingsvorderingen toe en vernietigt een cessie op grond van de actio pauliana. De aansprakelijkheid van de bestuurder als indirect bestuurder ex artikel 2:9 en 2:11 BW wijst zij af, omdat niet is gesteld dat de tussenliggende bestuurders aansprakelijk zijn.

Kernoverwegingen

“De vraag die ter beoordeling voorligt, is of [gedaagde 2] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de overboekingen. De rechtbank kan niet tot het oordeel komen dat [gedaagde 2] aansprakelijk is, nu daarvoor door [eiseres 1] c.s. te weinig is gesteld.”

r.o. 3.30

“Een bestuurder van een rechtspersoon is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Een bestuurder die zijn taak zodanig onbehoorlijk vervult dat diegene een ernstig verwijt kan worden gemaakt en door die onbehoorlijke taakvervulling schade is ontstaan, kan aansprakelijk zijn voor die schade. Verder geldt dat als de rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk is voor onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:9 BW, deze aansprakelijkheid ook hoofdelijk op de achterliggende persoon (de indirect bestuurder) kan rusten.”

r.o. 3.31

“De rechtbank overweegt dat [eiseres 1] c.s. heeft gesteld dat [gedaagde 2] als indirect bestuurder van [eiseres 2] en [eiseres 1] aansprakelijk is voor de onttrekkingen. [gedaagde 2] kan als indirect bestuurder echter alleen aansprakelijk zijn als zowel [gedaagde 1] als [bedrijf 2] , en in het geval van de vordering van [eiseres 1] , dat ook zijn als ‘tussenliggende’ bestuurders. Nu door [eiseres 1] c.s. niet is gesteld dat [bedrijf 2] , en in het geval van de vordering van [eiseres 2] [eiseres 1] , aansprakelijk is en waarom, kan niet tot het oordeel worden gekomen dat [gedaagde 2] als bestuurder aansprakelijk is. In zoverre zal het onder III en IV gevorderde worden afgewezen.

Conclusie”

r.o. 3.32

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:5241
Instantie
Rechtbank Overijssel
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Datum publicatie
2 september 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 2:11 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 36 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.