Rechtbank Overijssel · 8 september 2026
Persoonlijke aansprakelijkheid (indirect) bestuurders voor cao-boete wegens niet-meewerken aan controle
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een sociaal fonds vordert van een beveiligingsbedrijf en haar (indirect) bestuurders naleving van algemeen verbindend verklaarde cao's en een forfaitaire boete wegens het niet overleggen van correctiestukken. De kantonrechter wijst de boete toe en verwerpt matiging. Zij oordeelt dat de (indirect) bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt treft, mede gelet op artikel 2:9 en 2:11 BW, omdat zij het toezicht en verhaal hebben gefrustreerd. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de boete.
Kernoverwegingen
“De kantonrechter oordeelt als volgt. Uitgangspunt is dat een bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van een besloten vennootschap. Dat kan onder bijzondere omstandigheden anders zijn. De bestuurder moet, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening (artikel 2:9 BW), een voldoende ernstig verwijt gemaakt kunnen worden. Of de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en de ernst van de geschonden norm en de overige omstandigheden van het geval. Van ernstige persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder, die kan leiden tot externe aansprakelijkheid van de bestuurder, kan onder meer sprake zijn indien de bestuurder een bepaalde handelswijze van de vennootschap heeft bewerkstelligd of heeft toegelaten terwijl hij wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat die handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Verder bepaalt artikel 2:11 BW dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon (zoals Ard International B.V. en Singel International Holding B.V.) ook rust op de bestuurder van de rechtspersoon-bestuurder, in dit geval (uiteindelijk) [gedaagde] .”
r.o. 5.13
“De kantonrechter oordeelt dat de (indirect bestuurders) in dit geval niet hebben gehandeld als een redelijk handelend bestuurder en dat hen een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. [gedaagde] heeft (met tussenkomst van Ard International B.V. en Singel International Holding B.V.) lange tijd niet meegewerkt aan controles van SFPB. Hoewel hij SFPB wel tot het bedrijf heeft toegelaten voor het uitvoeren van controles, heeft [gedaagde] na de brief van 20 januari 2025 waarin de geconstateerde overtredingen zijn opgenomen, lange tijd niet meer gereageerd op SFPB en heeft hij, ondanks dat hij daartoe meerdere keren in de gelegenheid is gesteld, de verzochte stukken niet overgelegd, de overtredingen niet gecorrigeerd en geen nabetalingen aan (ex)werknemers gedaan. De stelling dat hij die gegevens vanwege een beperkte administratie niet meer heeft, komt in dit verband voor zijn risico. Door dit handelen hebben [gedaagde] en zijn vennootschappen gefrustreerd dat SFPB haar toezichthoudende taken kon uitoefenen en de vorderingen kon verhalen.”
r.o. 5.14
“Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de (indirect) bestuurders van Guard Security hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de boete die Guard Security moet betalen aan SFPB.
Buitengerechtelijke kosten”
r.o. 5.15