← Week 36

Rechtbank Rotterdam · 26 augustus 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens wijze van liquidatie BV; huurachterstand verhuurder

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een verhuurder vordert van de indirect bestuurder van een geliquideerde huurder-BV betaling van de huurachterstand. De rechtbank wijst de Beklamel-grondslag af, omdat de betalingsproblemen voortvloeiden uit de onvoorzienbare coronapandemie. Wel wordt de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt gemaakt van de wijze van liquideren: ontbinding kort na betekening van de dagvaarding, geen onderbouwd inzicht in de besteding van de activa en voortzetting van de onderneming in een andere BV. De vordering wordt toegewezen en matiging wordt afgewezen.

Kernoverwegingen

“PIR heeft overigens onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat [gedaagde] bij het aangaan van de huurovereenkomst wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. De rechtbank oordeelt daarom dat deze grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid niet slaagt.

Wel kan [gedaagde] een ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop hij [bedrijf 1] heeft geliquideerd, waardoor er op deze grond wel sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid”

r.o. 5.9

“De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat een bestuurder besluit een vennootschap te ontbinden terwijl de vennootschap nog schulden heeft op zichzelf niet zonder meer meebrengt dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is jegens de schuldeisers van die vennootschap. Dit kan anders zijn als de bestuurder bij de ontbinding en verdere afwikkeling zodanig heeft gehandeld dat hem daarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. In het onderhavige geval is de rechtbank van oordeel dat er voldoende omstandigheden aanwezig zijn om tot bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde] te concluderen. Daartoe is het volgende redengevend.”

r.o. 5.11

“Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat de post materiële vaste activa bestond uit showroommodellen. Deze zijn volgens hem verkocht voor circa € 40.000,00. Verder heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat de voorraden onder of rond de kostprijs zijn verkocht en dat die ongeveer € 15.000,00 tot € 20.000,00 hebben opgeleverd. [gedaagde] heeft echter geen administratie of andere stukken overgelegd waaruit blijkt wat de showroommodellen en voorraden hebben opgeleverd. Hierdoor valt niet na te gaan of de showroommodellen en voorraden daadwerkelijk voor de door [gedaagde] genoemde bedragen zijn verkocht. De mededeling ter zitting dat [gedaagde] van de vorderingen op de balans niets heeft kunnen incasseren, is evenmin onderbouwd. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt te onderbouwen met verkoopfacturen, bankafschriften, correspondentie of andere (administratieve) stukken. De omstandigheid dat [gedaagde] niet over de relevante onderliggende (administratieve) stukken beschikt omdat dit, zoals hij verklaard, gaat om een situatie van jaren geleden komt voor zijn rekening en risico. Als (indirect) bestuurder, daarna vereffenaar en bewaarder van de boeken en bescheiden van [bedrijf 1] mag van hem verwacht worden dat hij een deugdelijke administratie heeft en bewaart. Dat geldt temeer nu ten tijde van de ontbinding nog schuldeisers, zoals PIR, onbetaald waren gebleven en [gedaagde] wist dat PIR een gerechtelijke procedure aanhangig had gemaakt om haar vordering te […]”

r.o. 5.14

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10954
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
26 augustus 2026
Datum publicatie
3 september 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 6:109 BW, 3:303 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 36 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.