Rechtbank Rotterdam · 15 juli 2026
Interne bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:9 BW: voormalig bestuurder verduistert geld van stichting
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een stichting vordert van haar voormalig bestuurder schadevergoeding omdat zij geld van de stichting niet voor de stichting heeft aangewend. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt in de zin van artikel 2:9 BW, mede omdat zij een statutaire bepaling schond, en veroordeelt haar tot betaling van ruim 40.000 euro met wettelijke rente. De verzochte verklaringen voor recht worden afgewezen bij gebrek aan belang.
Kernoverwegingen
“Volgens artikel 2:9 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. Volgens artikel 2:9 lid 2 BW draagt elke bestuurder verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.”
r.o. 5.2
“Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of in een bepaald geval plaats is voor een ernstig verwijt als hier bedoeld, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoren onder meer de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico's, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult.”
r.o. 5.3
“De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] een ernstig verwijt kan worden gemaakt in de zin van artikel 2:9 BW en beslist dat zij dan ook aansprakelijk is voor de schade van de Stichting. De rechtbank legt dit hierna uit.”
r.o. 5.4