Rechtbank Rotterdam · 23 september 2026
Vernietiging VvE-besluiten verduurzaming en sancties: toetsing aan redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een lid van een vereniging van eigenaren verzocht om vernietiging van besluiten over een groot verduurzamingstraject, een lening en sancties tegen het lid zelf. De kantonrechter toetst marginaal aan artikel 2:15 BW in verbinding met artikel 2:8 BW en oordeelt dat de verduurzamingsbesluiten in redelijkheid zijn genomen, omdat een minderheid zich in beginsel naar de meerderheid moet voegen. De voorbarige besluiten om het lid te beboeten en aansprakelijk te stellen worden wel vernietigd.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW in samenhang met artikel 5:130 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met het huishoudelijk reglement of de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Dit is een marginale toets. Het gaat erom of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.”
r.o. 2.13
“Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken zich zodanig tegenover elkaar moeten gedragen naar wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Dit leidt tot het toetsingskader dat de vergadering van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het woord “zodanig” brengt mee dat in het toetsingskader moet worden betrokken de relatie tussen de vergadering van eigenaars en het betreffende lid, en dat vanwege het feit dat het om een verplicht lidmaatschap van een VvE gaat dat mee kan brengen dat een minderheid van de leden zich geconfronteerd kan zien met een door dat lid ongewenst besluit nu dit inherent is aan het democratische karakter van de VvE wat daarnaast meebrengt dat de minderheid zich in beginsel, ook al is ze het er niet mee eens, heeft te voegen naar het besluit.
De besluiten van 24 maart 2025 zijn niet nietig”
r.o. 2.14
“Nu [verzoekster] een beroep doet op een strijd met de redelijkheid en naar billijkheid dient te worden beoordeeld of VvE tot de besluiten met betrekking tot het te kiezen pakket, de nadere uitwerking ZEP en de procesbegeleiding door de beheerder bij afweging van alle belangen in redelijkheid en naar billijkheid heeft kunnen komen en overweegt daartoe het volgende. De beheerder is door de bewoners verzocht tot het opstellen van een verduurzamingsplan. Op 5 en 19 februari 2025 zijn er voorlichtingsavonden geweest waarbij [persoon K] , begeleider project verduurzaming van het naastgelegen complex, toelichting heeft gegeven over dat project en de heer [persoon L] van het Warmtefonds een voorlichting heeft gegeven. Voorafgaand aan de vergadering heeft het bestuur de door de beheerder vier opgestelde pakketten toegestuurd met bijbehorende MJOP’s en begrotingen. Die stukken zijn op de vergadering besproken. De notulen van de vergadering van 24 maart 2025 zijn op de ALV van 7 mei 2025 vastgesteld. Er wordt dan ook, anders dan [verzoekster] stelt, uitgegaan van de juistheid van deze notulen en het daarin weergegeven verloop van de vergadering. Dat betekent dat het vast staat dat er eerst is gestemd over de keuze voor een van de vier pakketten en daarna apart over de twee vervolgbesluiten. De bewoners hebben zich voldoende geïnformeerd geacht een keuze te kunnen maken voor een van de duurzaamheidsvarianten en ook dat zij vinden dat voldoende rekening is gehouden met (andere) […]”
r.o. 2.16