Rechtbank Rotterdam · 2 maart 2026
Kantonrechter onbevoegd: werknemer is rechtsgeldig benoemd bestuurder, verwijzing naar rechtbank (artikel 2:241 BW)
- Overig Boek 2
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een kort geding over doorbetaling van loon beoordeelt de kantonrechter of zij bevoegd is, nu de werknemer volgens de vennootschap bestuurder is. Zij oordeelt dat een geldig benoemingsbesluit en een schriftelijke aanvaarding aanwezig zijn, dat inschrijving in het handelsregister niet vereist is en dat geen vernietigingsgrond blijkt. Omdat de vorderingen boven € 25.000 uitkomen, is op grond van artikel 2:241 BW de rechtbank bevoegd en verwijst de kantonrechter de zaak naar de voorzieningenrechter van het team handel en haven.
Kernoverwegingen
“De kantonrechter is niet bevoegd om deze zaak te behandelen omdat in de wet staat dat de rechtbank kennis neemt van alle rechtsvorderingen die gaan over de overeenkomst tussen een vennootschap en bestuurder als het om een onbepaald of hoger bedrag dan € 25.000,- gaat. [eiser] heeft geëist dat De Jong zijn loon vanaf december 2025 betaalt, waarbij hij rekening zegt te houden met de mogelijkheid van een loonsanctie door het UWV, alles met wettelijke rente en verhoging, buitengerechtelijke incassokosten, advocaatkosten en daarnaast vordert [eiser] dat De Jong hem toestaat bij een bepaald bedrijf zijn re-integratiewerkzaamheden voort te zetten op straffe van een dwangsom. Deze vorderingen vertegenwoordigen een hogere waarde dan € 25.000,-. De kantonrechter acht het bovendien aannemelijk dat [eiser] bestuurder is van De Jong. Dat wordt hierna uitgelegd.
[eiser] bestuurder van De Jong”
r.o. 2.2
“Voor het rechtsgeldig benoemen van een bestuurder gelden twee eisen:
1. Een geldig benoemingsbesluit;
2. Aanvaarding van de benoeming door de bestuurder.”
r.o. 2.4
“Punt 11 van de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van De Jong van 25 mei 2022 is: ‘Voorstel tot benoeming van [eiser] als (gezamenlijk bevoegde) bestuurder.’ De uitkomst van de stemming is weergegeven en het agendapunt wordt afgesloten met de conclusie dat het voorstel tot benoeming van [eiser] is aangenomen. Deze wijze van benoemen is volgens de wettelijke regels en is dus een geldig benoemingsbesluit.”
r.o. 2.5