← Week 20

Rechtbank Rotterdam · 15 april 2026

Redelijkheid en billijkheid binnen VVE: geen verplichting tot deskundige en jaarafrekening

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Drie leden van een vereniging van eigenaars vorderen dat de VVE een elektrotechnisch bureau inschakelt om het energieverbruik vast te stellen, en dat zij jaarlijks een afrekening verstrekt en een batig saldo uitkeert. De rechtbank wijst dit af. Er is geen grondslag voor de gevorderde verplichtingen. Als een verplichting al bestaat, heeft de VVE daaraan voldaan en gehandeld zoals artikel 2:8 lid 1 BW vereist. De leden hebben onvoldoende onderbouwd dat de VVE tekortschiet in de nakoming van de gevorderde jaarafrekening en uitkering.

Kernoverwegingen

“De rechtbank stelt voorop dat een vereniging van eigenaars van appartementsrechten een bijzondere vorm van gemeenschap is, waarop de bepalingen van titel 9 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Besluitvorming binnen een VVE is geregeld in de wet, de splitsingsakte en/of het splitsingsreglement. Verder bepaalt artikel 2:8 lid 1 BW dat een rechtspersoon zoals de VVE en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zoals haar leden, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.”

r.o. 4.4

“De rechtbank stelt vast dat de VVE al een deskundige ( [naam 1] ) op het gebied van elektra heeft ingeschakeld, die onderzoek heeft verricht naar de wijze waarop het elektraverbruik in het appartementencomplex wordt gemeten en welk gebruik met de afzonderlijke groepen wordt gediend (zie 2.4). [eisers] c.s. hebben niet gesteld en niet is gebleken dat [naam 1] niet deskundig is. Ook is niet gebleken van een andere reden om niet van de juistheid van zijn bevindingen uit te kunnen gaan. Als er al sprake zou zijn van een verplichting voor de VVE om een deskundige in te schakelen, dan heeft zij daaraan met de inschakeling van [naam 1] voldaan. Daarbij komt dat de VVE naar aanleiding van het rapport van [naam 1] ook een bureau heeft ingeschakeld die in aanwezigheid van torenflatbewoners tussenmeters heeft geplaatst, waarmee het verbruik van elektra sindsdien in afzonderlijke groepen wordt gemeten. Hiermee heeft de VVE zich in voldoende mate ingespannen om aan de wensen van de torenflatbewoners tegemoet te komen. In juridische zin betekent dit dat de VVE jegens hen heeft gehandeld in overeenstemming met wat de redelijkheid en billijkheid vorderen. Nu bovendien een specifieke grondslag voor de vordering tot inschakeling van een deskundige ontbreekt, kan van de VVE niet meer worden verwacht dan zij (onverplicht) al heeft gedaan. Dit betekent dat vordering d wordt afgewezen.”

r.o. 4.5

“[eisers] c.s. vorderen verder om (i) een periodieke jaarafrekening en (ii) jaarlijkse uitkering van het batig saldo. De rechtbank stelt bij beide onderdelen voorop dat van de VVE mag worden verwacht dat zij een deugdelijke administratie voert en verantwoording aflegt aan haar leden. Dit past op zichzelf binnen artikel 2:8 lid 1 BW en is ook een redelijke uitleg van artikel 2 en 4 van het reglement.”

r.o. 4.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:4542
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
13 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 20 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.