Rechtbank Rotterdam · 15 april 2026
Geen bestuurdersaansprakelijkheid middellijk bestuurder wegens onbetaalde facturen; Beklamel-norm niet geschonden
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een leverancier vorderde van de middellijk bestuurder van een failliete groothandel betaling van onbetaalde facturen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 6:162 BW, Beklamel-norm), en inzage in financiële stukken. De rechtbank oordeelt dat de bestellingen zijn geplaatst voordat de bestuurder kennis had van de slechte kwartaalcijfers en dat een voldoende persoonlijk ernstig verwijt ontbreekt. Beide vorderingen worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“Het is vaste rechtspraak dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade die ontstaat wanneer zij niet aan haar verplichtingen voldoet. Onder bijzondere omstandigheden kan de bestuurder echter naast de vennootschap aansprakelijk zijn. Daarvoor is nodig dat aan die bestuurder persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt van de door de schuldeiser van de vennootschap geleden schade. Daarbij is de drempel hoog. Als ratio voor deze hoge drempel wordt in de rechtspraak van de Hoge Raad genoemd dat bestuurders de ruimte moeten hebben om in het belang van de rechtspersoon beslissingen te nemen waaraan risico’s voor de rechtspersoon zijn verbonden, zonder dat zij hoeven te vrezen voor aansprakelijkheid. Bestuurders zijn niet aansprakelijk voor iedere gemaakte fout of vergissing.”
r.o. 5.9
“In de rechtspraak is dit nader uitgewerkt. Een bestuurder is, voor zover nu relevant, in principe aansprakelijk indien:
- hij namens de vennootschap een verplichting is aangegaan, terwijl hij bij het aangaan wist of behoorde te weten dat de vennootschap niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade van een onbetaald gebleven schuldeiser (de zogeheten Beklamel-norm);
- hij een handelswijze van de vennootschap heeft bewerkstelligd of toegelaten, waarvan hij wist of behoorde te begrijpen dat dit tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen niet na zou komen en ook geen verhaal zou bieden voor de schade (de zogeheten Ontvanger/Roelofsen-norm); of
- hem op andere wijze een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden van de schade van de schuldeiser van de vennootschap.”
r.o. 5.10
“Een ander relevant aspect is of niet alleen de bestuurder, maar ook de schuldeiser van de vennootschap bij het aangaan van een overeenkomst of het laten oplopen van een betalingsverplichting wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de vennootschap niet zou betalen. Het gaat er daarbij niet om dat de bestuurder en de schuldeiser precies dezelfde informatie hadden, maar wel dat zij ongeveer over dezelfde gegevens met betrekking tot de kredietwaardigheid van de vennootschap beschikten. In dat geval heeft de bestuurder immers geen kennisvoorsprong en wekt hij ook geen valse indruk van kredietwaardigheid bij het aangaan van de overeenkomst namens de vennootschap met de schuldeiser.”
r.o. 5.11