← Week 25

Rechtbank Rotterdam · 18 mei 2026

Afwikkeling vof na echtscheiding: uittreding en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid kredieten

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Na een echtscheiding vordert de ex-echtgenote in kort geding nakoming van het convenant over de afwikkeling van de vennootschap onder firma en de echtelijke woning. De vorderingen tot uitschrijving als vennoot en over een bijna afgelost leasekrediet worden afgewezen. De ex-echtgenoot moet zich wel inspannen om haar te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor een bankkrediet dat ten onrechte op naam van de al beëindigde vof is gesteld. Daarnaast krijgt zij alsnog vier maanden om de woning toebedeeld te krijgen.

Kernoverwegingen

“De vordering wordt afgewezen. De man heeft ter zitting uitgelegd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de vrouw al was uitgeschreven als vennoot. Nadat de man was gebleken dat de vrouw enkel was uitgeschreven als UBO en niet als vennoot, heeft hij op 1 mei 2026 een verzoek tot uitschrijving ingediend, dat partijen enkel nog (digitaal) dienen goed te keuren. De man heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet opzettelijk de vrouw niet heeft uitgeschreven. Gelet daarop en gelet op de omstandigheid dat de vrouw spoedig uitgeschreven zal worden als vennoot, is er geen aanleiding om de man op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen tot het verlenen aan medewerking tot de uitschrijving.

De man hoeft niet het zakelijk krediet voor de bedrijfsauto te beëindigen”

r.o. 5.4

“De vordering wordt afgewezen. De einddatum van het krediet is 1 juni 2026 en niet in geschil is dat alle termijnen steeds tijdig zijn voldaan. Wanneer de laatste termijn medio mei 2026 wordt voldaan resteren geen verplichtingen meer uit hoofde van dit zakelijk krediet. De vrouw heeft daarom geen belang meer bij deze vordering, ook als aangenomen zou worden dat de man zich onvoldoende heeft ingespannen om de vrouw te ontslaan uit haar hoofdelijke verplichtingen.

De vrouw moet worden ontslagen uit hoofdelijke verplichtingen bij Rabobank”

r.o. 5.6

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn beide partijen er debet aan dat het krediet ten onrechte is verleend aan de vof en daarmee op naam van de (gewezen) vennoten is komen te staan. Toen partijen het krediet met Rabobank aangingen bestond de vof immers niet meer. De man weerspreekt echter niet dat het zijn verantwoordelijkheid is om zich ervoor in te spannen dat de vrouw zo spoedig mogelijk wordt ontslagen uit haar hoofdelijke verplichtingen. De man heeft een door de Rabobank opgesteld stappenplan overgelegd, waarin is uiteengezet welke stappen dienen te worden doorlopen om dit mogelijk te maken. Het mag van de man worden verwacht dat hij dat stappenplan doorloopt. De man zal ertoe worden veroordeeld om zich in te spannen en binnen zijn mogelijkheden het nodige ervoor te doen opdat de vrouw zo spoedig mogelijk wordt ontslagen uit haar hoofdelijke verplichtingen voor het krediet bij de Rabobank. De gevorderde dwangsom wordt beperkt zoals vermeld in de beslissing.

De vrouw krijgt de gelegenheid om de echtelijke woning te krijgen toebedeeld”

r.o. 5.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6037
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 mei 2026
Datum publicatie
15 juni 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 25 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.