← Week 28

Rechtbank Rotterdam · 10 juni 2026

Beklamel-aansprakelijkheid bestuurders afgewezen, ook ten aanzien van niet verschenen bestuurder

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een aannemer sprak de directe en indirecte bestuurders van een failliete vennootschap persoonlijk aan voor onbetaalde facturen, op grond van de Beklamel-norm. De rechtbank oordeelt dat niet is onderbouwd dat de bestuurders ten tijde van de opdrachten wisten of behoorden te begrijpen dat de vennootschap niet kon betalen, zodat de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid niet is gehaald. De vorderingen worden afgewezen, ook tegen de niet verschenen bestuurder, omdat die ongegrond voorkomen.

Kernoverwegingen

“Uitgangspunt is dat als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook aanleiding bestaan voor aansprakelijkheid van een bestuurder van die vennootschap. Voor het aannemen van deze aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder van de benadeling persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen gelden dan in het algemeen het geval is. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Het is daarbij aan de benadeelde crediteur om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de betreffende bestuurder persoonlijk ten opzichte van hem onrechtmatig heeft gehandeld.”

r.o. 5.11

“Van een persoonlijk ernstig verwijt is in beginsel sprake indien, voor zover in deze zaak relevant, de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de daardoor ontstane schade. Met andere woorden, de bestuurder is in beginsel aansprakelijk als hij tegen beter weten in verbintenissen aangaat namens de vennootschap.”

r.o. 5.12

“Uit de debiteurenkaart kan niet worden afgeleid dat eind januari/begin februari 2020 geen nieuwe verplichtingen namens De Woningwachter meer mochten worden aangegaan. Op 7 februari 2020 was de situatie bijvoorbeeld zo, dat twee facturen van [eiser] , die als vervaldatum 2 februari 2020 hadden, niet volledig waren betaald (er stonden bedragen van € 496,49 en € 1.143,35 open, die op 8 maart 2020 alsnog zijn voldaan). Een dag later, op 8 februari 2020, kwam daar een vervallen bedrag van € 1.820,00 bij. Dat is ook het eerste bedrag dat onbetaald is gebleven. Vervolgens zijn er, los van de hiervoor vermelde betalingen op 8 maart 2020, op 9 en 14 februari 2020 nog twee betalingen van € 4.000,00 gedaan, die in mindering strekten op facturen die vervielen op 14 en 17 februari 2020. Pas half/eind februari 2020 liep de betalingsachterstand verder op. De opdrachten aan [eiser] waren op dat moment al (grotendeels) verstrekt. Op de zitting heeft [eiser] bevestigd dat hij de laatste opdracht medio of in de loop van februari 2020 kreeg.”

r.o. 5.17

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6834
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
7 juli 2026
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 3:310 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 28 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.