Rechtbank Rotterdam · 10 juni 2026
Vernietiging VvE-besluit over verdeling Tegemoetkoming Tijdelijke Blokverwarming; marginale toets redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een appartementseigenaar vorderde vernietiging van een VvE-besluit om de subsidie voor blokverwarming (TTB) in gelijke delen per wooneenheid te verdelen in plaats van naar verbruik. De kantonrechter toetst marginaal aan artikel 2:15 lid 1 sub b BW in samenhang met artikel 5:130 BW en de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW. Omdat bij een gebroken boekjaar mocht worden afgeweken van de hoofdregel en de eigenaar niet stelde dat het verbruik over 2023 eenvoudig vast te stellen was, is het besluit niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De verzoeken worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW in samenhang met artikel 5:130 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Dit is een marginale toets. Het gaat erom of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Het oordeel: besluit is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid”
r.o. 2.10
“In alle twintig appartementen van het complex, die even groot zijn qua oppervlakte, wordt het verbruik van warmte per appartement geregistreerd en gemeten op basis van individueel verbruik. De contractperiode voor de energie loopt over de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024. Uit artikel 5 van de ministeriele regeling en de toelichting daarop volgt dat de hoofdregel is om te verdelen naar verbruik. Hiervan mag worden afgeweken als er sprake is van een gebroken boekjaar én de afrekening niet eenvoudig en zonder onredelijke kosten gesplitst kan worden, met andere woorden: als het verbruik over het subsidiejaar 2023 niet makkelijk kan worden berekend.”
r.o. 2.11
“[verzoeker] doet een beroep op de hoofdregel. Hij onderbouwt zijn verzoek met de jaarrekeningen van alle eigenaren over de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024. Dit is echter niet in overeenstemming met het wettelijke doel van de subsidieregeling, namelijk een compensatie voor de hoge kosten zoals die in het jaar 2023 golden. Het had dan ook op zijn weg gelegen om te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat het verbruik over de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 per appartementseigenaar eenvoudig vast is te stellen. Dat heeft hij niet gedaan terwijl dat, zoals gezegd, wel van hem mocht worden verwacht. Er zal daarom van uit worden gegaan dat het verbruik over 2023 niet op de in de ministeriele regeling bedoelde wijze vast te stellen is. Gevolg is dat [verweerster] zich in die situatie op de uitzondering van de hoofdregel mocht beroepen. Dat is dus, anders dan [verzoeker] aanvoert, niet in strijd met de geest c.q. bedoeling van de subsidieregeling gelet op eerder genoemde toelichting die, zoals ook al is overwogen, is aangepast mede op verzoek van vertegenwoordigers van [verweerster]. Kortom, [verweerster] heeft in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit van 9 oktober 2025 heeft kunnen komen.”
r.o. 2.12