← Week 18

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 april 2026

Vernietiging besluiten VvE-vergadering: artikelen 2:15, 2:8 en 2:48 BW, kascommissie

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Leden van een vereniging van eigenaren vragen de kantonrechter om verklaringen voor recht en vernietiging van besluiten van de ledenvergadering, waaronder de goedkeuring van de jaarrekening en de décharge. De kantonrechter oordeelt dat verklaringen voor recht en bevelen niet in een verzoekschriftprocedure thuishoren. De vernietigingsverzoeken worden getoetst aan de artikelen 2:15, 2:8 en 2:48 BW en afgewezen, omdat de besluiten na kascontrole en met de vereiste meerderheid zijn genomen en niet onaanvaardbaar zijn.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens (a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of (c) strijd met een reglement.”

r.o. 4.7

“Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. De toetsingsmaatstaf is de vraag of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dit is een marginale toets. De enkele omstandigheid dat een ander besluit ook mogelijk was geweest of wellicht zelfs wenselijker, maakt nog niet dat het genomen besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Uit vaststaande jurisprudentie volgt dat een VvE een bepaalde mate van vrijheid heeft om besluiten te nemen. Dit hangt samen met de democratische gedachte binnen een VvE, namelijk dat een besluit altijd wordt (aan)genomen met een meerderheid van stemmen. De minderheid die het niet eens is met het besluit, moet zich daarnaar schikken. Dat is alleen anders als de kantonrechter van oordeel is dat het besluit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het gaat dus niet om een open belangenafweging, maar om de vraag of daadwerkelijk sprake is van een onaanvaardbaar besluit.”

r.o. 4.8

“Het meest verstrekkende verweer van de VvE is dat [verzoekers] geen belang hebben bij hun vordering. Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen. Het gaat hierbij om een eigen belang van degene die de vernietiging vordert. Aangezien [verzoeker 1] van [verzoeker 2] lid zijn van de VvE wordt hun belang verondersteld. Dit verweer faalt daarom.

Verzoek 14: Nieuwe kascontrole over boekjaar 2024 door een onafhankelijke commissie”

r.o. 4.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3370
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
22 april 2026
Datum publicatie
29 april 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:15 BW, 2:8 BW, 2:48 BW, 5:130 BW, 5:124 BW, 5:135 BW, 3:302 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie, Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 18 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.