← Week 24

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 8 april 2026

Hoofdelijke aansprakelijkheid uit 403-verklaring vervalt door schending klachtplicht pensioenindexatie

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Gewezen werknemers vorderen van de holdingmaatschappij van een concern indexering van hun pensioenen, op grond van door haar afgegeven 403-verklaringen. De kantonrechter oordeelt dat zij te laat hebben geklaagd over het uitblijven van indexatie, zodat de schuld van de gebonden vennootschappen niet meer kan worden ingeroepen. Daarmee vervalt ook de hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij uit artikel 2:403 BW. Andere grondslagen, zoals vereenzelviging en onrechtmatige daad, worden eveneens afgewezen.

Kernoverwegingen

“Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de klachtplicht ook in deze zaak van toepassing is. Eisers stellen namelijk dat EMN64 (en later Ericsson Nederland) en/of Eurolab gebrekkig hebben gepresteerd doordat de pensioenen van eisers wel zijn geïndexeerd, maar niet volledig. Meer concreet stellen eisers dat de pensioenindexatie met de stijging van de prijsindex tot en met 2019 correct heeft plaatsgevonden, dat de pensioenen in 2020 te weinig zijn verhoogd en dat de pensioenen vanaf 2021 in strijd met de gemaakte afspraken in het geheel niet meer zijn verhoogd en ook niet meer verhoogd zullen worden. Eisers stellen dus dat er sprake is van ondeugdelijke nakoming van de verbintenis om de pensioenen te indexeren aan de hand van de consumentenprijsindex. Daarop is de klachtplicht van toepassing. Vervolgens stellen eisers dat EHI hoofdelijk aansprakelijk is voor de volledige indexatie op grond van artikel 2:403 lid 1 aanhef en onder f. BW.”

r.o. 4.3

“Uit het voorgaande volgt dat eisers naar het oordeel van de kantonrechter de klachtplicht hebben geschonden in zowel het geval dat de indexatieverplichting op Eurolab zou rusten of zou hebben gerust als in het geval dat de indexatieverplichting op EMN64/Ericsson Nederland zou rusten of zou hebben gerust. Dat betekent dat eisers geen beroep meer kunnen doen op het door hen gestelde gebrek in de prestatie (het niet volledig indexeren van hun pensioenen). In artikel 2:403 lid 1 aanhef en onder f. BW is bepaald dat de ‘moedermaatschappij’ (in dit geval EHI) zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de uit rechtshandelingen van de ‘403-rechtspersoon’ (in dit geval Eurolab dan wel EMN64 en Ericsson Nederland) voortvloeiende schulden. Nu uit het voorgaande volgt dat noch Eurolab noch EMN64/Ericsson Nederland nog een schuld heeft aan eisers is er van hoofdelijke aansprakelijkheid van EHI jegens eisers ook geen sprake (meer).”

r.o. 4.11

“Gelet op al het voorgaande zullen de vorderingen van eisers tegen EHI afgewezen worden. Immers, van hoofdelijke aansprakelijkheid van EHI op grond van artikel 2:403 lid 1 aanhef en onder f. BW is geen sprake meer. Er is ook geen andere rechtsgrond voor toewijzing van de vorderingen van eisers tegen EHI. Weliswaar stellen eisers nog dat EHI door aansprakelijkheid af te wijzen (ook) in strijd handelt met het goed werkgeverschap, het goed schuldenaarschap, de eisen van redelijkheid en billijkheid en met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, maar EHI betwist die stellingen gemotiveerd. De kantonrechter overweegt in dit kader dat EHI nooit werkgever van eisers is geweest. Verder hebben eisers onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan de kantonrechter tot het oordeel kan komen dat aan de hoge drempel van vereenzelviging is voldaan. Zo is niet (voldoende) gesteld dat de identiteit van een van de rechtspersonen werd misbruikt om derden te benadelen. Wat betreft het beroep op artikel 6:248 lid 1 BW overweegt de kantonrechter dat tussen EHI en eisers geen overeenkomst bestaat. Tot slot hebben eisers naar het oordeel van de kantonrechter in het licht van het gemotiveerde verweer van EHI onvoldoende gesteld dat en op welke wijze EHI onrechtmatig tegenover eisers zou hebben gehandeld.”

r.o. 4.12

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4281
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
8 april 2026
Datum publicatie
10 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:403 BW, 6:89 BW, 6:248 BW
Thema
Overig Boek 2
Aangesproken
aandeelhouder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 24 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.