← Week 33

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 april 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid na turboliquidatie wegens schending deponeringsplicht artikel 2:19b BW

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser sprak de bestuurders van een via turboliquidatie ontbonden vennootschap, waaronder een indirect bestuurder, persoonlijk aan voor een onbetaald gebleven vordering. De kantonrechter oordeelt dat zij ernstig verwijtbaar onrechtmatig hebben gehandeld, omdat de stukken niet zijn gedeponeerd zoals artikel 2:19b BW vereist en er kennelijk toch baten waren. De vordering van ruim 3.000 euro wordt hoofdelijk toegewezen.

Kernoverwegingen

“Uitgangspunt is dat alleen de rechtspersoon, in dit geval [bedrijf] , aansprakelijk is voor de schade die wordt veroorzaakt door wanprestatie of onrechtmatige daad. Onder bijzondere omstandigheden kan een uitzondering worden gemaakt en kan naast de rechtspersoon ook de bestuurder, en op grond van artikel 2:11 BW de indirect bestuurder van die rechtspersoon, aansprakelijk zijn. Daarbij gelden hoge eisen. Vereist is dat die bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Het gaat in dit geschil om de eisen die gesteld kunnen worden aan de bestuurder van een vennootschap bij een zogenoemde turboliquidatie op grond van artikel 2:19 lid 4 BW. In beginsel kan een vennootschap worden ontbonden zonder dat er een vereffening plaatsvindt, onder de voorwaarde dat er geen baten zijn of te verwachten zijn. Dat geldt ook als de vennootschap schulden heeft. Op zich leidt een turboliquidatie niet tot persoonlijke aansprakelijkheid van haar bestuurder. Alleen als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt kan worden van het onbetaald blijven van een schuldeiser, is er grond voor een persoonlijke aansprakelijkheid jegens die schuldeiser.”

r.o. 4.2

“De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] - en op grond van artikel 2:11 BW ook [gedaagde partij 3] als bestuurder van [gedaagde partij 1] - ernstig verwijtbaar onrechtmatig hebben gehandeld, omdat zij wisten of hadden moeten weten dat als gevolg van hun handelen [bedrijf] geen verhaal zou bieden voor de vordering van Smartroute, terwijl niet, dan wel onvoldoende is betwist dat anders de vordering van Smartroute wel (gedeeltelijk) verhaalbaar zou zijn geweest. De kantonrechter licht dat oordeel hierna toe.”

r.o. 4.3

“Dat de onderneming van [bedrijf] , inclusief commerciële activiteiten, klantenbestand en activa, na ontbinding direct door [gedaagde partij 1] is voortgezet, is niet weersproken en staat daarmee vast. [gedaagde partij 2] en [gedaagde partij 3] voeren, zonder onderbouwing, enkel aan dat [bedrijf] op rechtmatige wijze is ontbonden en dat alle daaraan verbonden wettelijk vereisten correct zijn nageleefd. Dit is niet het geval. Op grond van artikel 2:19b BW moeten de bestuurders binnen veertien dagen na de ontbinding van de onderneming de in het wetsartikel genoemde stukken deponeren bij de Kamer van Koophandel. Niet gebleken is dat [gedaagde partijen] hieraan hebben voldaan. Uit het door Smartroute overgelegde uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt juist dat er geen stukken en ook geen jaarrekeningen zijn gedeponeerd. [gedaagde partijen] hebben daarmee in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 2:19b BW. Dit leidt ertoe dat Smartroute als schuldeiser van [bedrijf] informatie ontbeert die noodzakelijk is om te beoordelen of de turboliquidatie correct is toegepast en om eventuele rechtsmaatregelen te treffen. [gedaagde partijen] hebben hiermee ernstig verwijtbaar onrechtmatig gehandeld. Bovendien heeft Smartroute tijdens de zitting een betalingsbewijs overgelegd waaruit volgt dat [bedrijf] op 9 maart 2025, dus na ontbinding van de vennootschap [bedrijf] en na het vonnis van 5 maart 2025, € 379,62 aan Smartroute heeft betaald. Smartroute heeft […]”

r.o. 4.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6740
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
22 april 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:11 BW, 2:19 BW, 2:19b BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 33 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.