Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30 juli 2026
Kort geding: medewerking ontslagen VvE-bestuurder aan bestuurswisseling en afgifte administratie
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een kort geding over een bestuurswisseling bij een vereniging van eigenaars beoordeelt de voorzieningenrechter of de besluiten tot ontslag van de bestuurder en benoeming van een nieuw bestuur voorlopig als rechtsgeldig kunnen worden aangemerkt. De voorzieningenrechter acht vernietiging of nietigheid onvoldoende aannemelijk en past artikel 2:10 BW en artikel 2:8 BW toe. De ontslagen bestuurder moet haar taken staken, de administratie overdragen en meewerken aan de inschrijving van het nieuwe bestuur.
Kernoverwegingen
“De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vast staat dat de besluiten in de ALV van 2 februari 2026 zijn genomen door een meerderheid van stemmen, dat door [bestuurder] geen schorsing van die besluiten is gevraagd en dat de verzoekschriftenprocedure geen schorsende werking heeft. Uit de notulen van de ALV blijkt voorts dat [bestuurder] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de agendering van het besluit tot haar ontslag als bestuurder van de VvE. Bovendien staat in artikel 40 lid 2 van het op de splitsing toepasselijke splitsingsreglement en artikel 5:131 lid 2 BW dat het bestuur te allen tijde ontslagen mag worden. Dat betekent dat het ontslag zelfs zonder agendering kan plaatsvinden. Overigens kan de agendering van de besluiten geen verrassing voor [bestuurder] zijn geweest, want vóór de ALV was al door [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] (herhaaldelijk) verzocht om het ontslag en de benoeming van bestuurders te agenderen. Uit een aantal van die verzoeken (producties 8 en 9 van de VvE) blijkt ook de reden voor de agendering van het ontslagbesluit, zodat het argument van [bestuurder] dat zij niet wist waartegen zij zich moest verweren niet opgaat. Verder blijkt uit een emailbericht van 14 januari 2026, verzonden door [persoon 2] aan alle leden van de VvE (productie 11 van de VvE), dat alle leden van de VvE voorafgaand in kennis zijn gesteld van het voornemen van [persoon 2] om de agendapunten ‘ontslag bestuur’ en ‘benoeming nieuw bestuur’ op de agenda van de ALV van 2 […]”
r.o. 5.15
“[persoon 2] en [persoon 4] zijn bij meerderheid van stemmen tijdens de ALV van 2 februari 2026 tot bestuurder van de VvE benoemd en [persoon 6] tijdens de ALV van 25 juni 2026. Volgens artikel 36 lid 4 van het op de splitsing toepasselijke splitsingsreglement zoals dat ingevolge de akte van splitsing luidt kunnen over onderwerpen welke niet op de oproeping zijn vermeld rechtsgeldige besluiten genomen worden, mits in de vergadering meer dan de helft van 114 stemmen kan worden uitgebracht. Dat het agendapunt ‘benoeming nieuw bestuur’ niet op de oproeping was vermeld hoeft dus naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet in de weg te staan aan de benoeming van [persoon 2] , [persoon 4] en [persoon 6] tijdens de ALV van 2 februari 2026 en 25 juni 2026. Het agendapunt ‘benoeming nieuw bestuur’ is bovendien aangekondigd door [persoon 2] in zijn hierboven genoemde emailbericht van 14 januari 2026 aan alle leden van de VvE. Mogelijk valt er iets af te dingen op het feit dat pas tijdens de vergadering de kandidaten voor het bestuur bekend werden, maar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het onvoldoende aannemelijk dat de kantonrechter de besluiten tot benoeming van genoemde bestuurders om die reden nietig verklaart of vernietigt. Zolang door de kantonrechter geen vernietigbaarheid of nietigheid van deze besluiten is vastgesteld moet er vooralsnog van worden uitgegaan dat deze rechtsgeldig zijn en dat [persoon 2] , [persoon 4] en [persoon 6] het […]”
r.o. 5.16
“Uit rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2027:3019)) volgt dat het bestuur op grond van artikel 2:10 BW verplicht is de administratie van de rechtspersoon te voeren en dat de gevoerde administratie toebehoort aan die rechtspersoon. Dit betekent dat als het bestuur wisselt, de administratie en alle bijbehorende documenten en gegevens aan het nieuwe bestuur moeten worden overgedragen. Dit leidt tot de conclusie dat een voormalig bestuurder in beginsel niet meer kan beschikken of zelfs toegang kan verkrijgen tot de administratie van een rechtspersoon. Ook uit artikel 2:8 lid 1 BW volgt dat nieuw gekozen bestuursleden door het oude bestuur in staat gesteld moeten worden hun taken naar behoren uit te oefenen. Dit impliceert dat er tussen [bestuurder] en de nieuwe bestuursleden een overdracht van alle informatie en stukken moet plaatsvinden, die het naar behoren uitoefenen van de bestuurstaken mogelijk maken.”
r.o. 5.17