Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 juli 2026
Beheerdersrechten Facebookpagina na einde samenwerking; ontvankelijkheid stichting/vereniging, artikel 2:292 BW
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
In kort geding vordert een organisatie de beheerdersrechten van haar Facebookpagina van een voormalige vrijwilligster, die zich op het standpunt stelt rechthebbende te zijn. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe. Boek 2 speelt alleen een rol bij de ontvankelijkheid: op grond van artikel 2:292 lid 3 BW kan alleen de rechtspersoon zelf een beroep doen op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid, zodat de wederpartij dat niet kan.
Kernoverweging
“De voorzieningenrechter stelt vast dat, voor zover op grond van de statuten van [eiser] een bestuursbesluit nodig is voor het voeren van een gerechtelijke procedure, zoals [gedaagde] stelt en [eiser] betwist, geldt dat dit besluit op 20 juni 2026 is genomen. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat voormeld besluit niet rechtsgeldig is omdat [persoon 3] , die ook bestuurder is van [eiser] , daar niet bij is betrokken. De voorzieningenrechter constateert dat blijkens de notulen van de bestuursvergadering van [eiser] van 26 mei 2026 [persoon 3] als bestuurslid is ontslagen. De voorzieningenrechter moet daar in het kader van dit kort geding vanuit gaan nu niet gesteld of gebleken is dat [persoon 3] heeft geprobeerd het ontslagbesluit in rechte aan te tasten. Bovendien volgt uit lid 3 van artikel 2:292 Burgerlijk Wetboek dat een beroep op het ontbreken van bevoegdheid tot vertegenwoordiging slechts door de [eiser] kan worden ingeroepen. [gedaagde] kan daar dus geen beroep op doen. Dit betekent dat [eiser] ontvankelijk is in haar vorderingen.
Spoedeisend belang”
r.o. 3.1