← Week 39

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 februari 2026

Tussenvonnis: tegenstrijdig belang, pauliana en onrechtmatige daad bij doorstart modeketen

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De curator in het faillissement van een modebedrijf vordert onder meer bestuurdersaansprakelijkheid van de indirect bestuurder en zijn vennootschap, vernietiging van pandrechten en betalingen en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank oordeelt dat een eventueel tegenstrijdig belang van de bestuurder niet leidt tot aantasting van rechtshandelingen met derden, omdat artikel 2:239 lid 6 BW een besluitvormingsregel is. De onrechtmatige-daadvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De beslissing over de bestuurdersaansprakelijkheid wordt aangehouden.

Kernoverwegingen

“Artikel 2:239 lid 6 BW bepaalt dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad kan de vraag of een tegenstrijdig belang bestaat slechts worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval. Niet volstaan kan worden met het aanvoeren van de enkele mogelijkheid van een tegenstrijdig belang. Aangetoond moet worden dat daadwerkelijk sprake is van zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. 5.108. In het licht van het verweer van [persoon 1] , is de rechtbank van oordeel dat de curator onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van tegenstrijdig belang. Zo heeft de curator niet per rechtshandeling toegelicht of [persoon 1] een direct of indirect persoonlijk belang heeft bij het besluit en evenmin op grond waarvan moet worden vastgesteld dat dat persoonlijk belang zodanig tegenstrijdig is met het belang van Sandwich III dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of [persoon 1] zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van Sandwich III. Maar ook indien sprake zou zijn geweest van tegenstrijdig belang, dan stelt [persoon 1] […]”

r.o. 5.107

“In het licht van het verweer van [persoon 1] , is de rechtbank van oordeel dat de curator onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van tegenstrijdig belang. Zo heeft de curator niet per rechtshandeling toegelicht of [persoon 1] een direct of indirect persoonlijk belang heeft bij het besluit en evenmin op grond waarvan moet worden vastgesteld dat dat persoonlijk belang zodanig tegenstrijdig is met het belang van Sandwich III dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of [persoon 1] zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van Sandwich III. Maar ook indien sprake zou zijn geweest van tegenstrijdig belang, dan stelt [persoon 1] zich terecht op het standpunt dat dit geen gevolgen heeft voor de door hem als bestuurder van Sandwich III verrichte rechtshandelingen. Artikel 2:239 lid 6 BW is immers een besluitvormingsregel en geen vertegenwoordigingsregel. Dat betekent dat deze bepaling alleen interne werking heeft en kan leiden tot nietigheid of vernietiging van besluiten die genomen zijn in strijd met deze bepaling, en geen externe werking, zodat aantasting van het besluit geen gevolgen heeft voor de op dat besluit gebaseerde rechtshandeling met derden. Dat er geen rechtsgeldig besluit van Sandwich III ten grondslag ligt aan de rechtshandelingen die [persoon 1] namens Sandwich III heeft verricht, kan dan ook niet tot nietigheid of vernietigbaarheid van deze rechtshandelingen leiden. 5.109. De conclusie is dan ook dat de vordering van de curator […]”

r.o. 5.108

“De rechtbank kan de curator niet volgen in haar redenering dat het geheel van transacties ‘dusdanig vreemd [is] in het kader van een normale bedrijfsuitoefening dat geoordeeld moet worden dat sprake is van schijnhandelingen’. Het is niet ongebruikelijk om een onderneming vanuit een faillissement door te starten door de activa uit dat faillissement te kopen. Evenmin is het ongebruikelijk om daarbij de rechten van derden op die activa te respecteren en daarover afspraken te maken. Ook is het niet ongebruikelijk om met dezelfde financier/pandhouder afspraken te maken over verdere financiering van de onderneming en daarvoor pandrechten te verlenen. Dat de bij Sandwich III betrokken natuurlijke personen dezelfde personen zijn die ook bij de eerdere ondernemingen van Sandwich betrokken zijn geweest, maken de transacties nog geen verdachte transacties. Van het stelselmatig leeghalen van failliet ten koste van externe schuldeisers, zoals de curator stelt, is de rechtbank niet gebleken. 5.113. De rechtbank heeft daarnaast het beroep van de curator op vernietiging van een groot aantal rechtshandelingen afgewezen. Hieruit volgt al dat deze rechtshandelingen niet kunnen worden aangemerkt als schijnhandelingen. Daarvan uitgaande, heeft de curator onvoldoende onderbouwd op grond waarvan het samenstel van deze rechtshandelingen zou moeten kwalificeren als onrechtmatig handelen. De curator heeft verder niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat aan de vereisten voor een beroep op […]”

r.o. 5.112

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:8750
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 februari 2026
Datum publicatie
22 september 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:239 BW, 2:14 BW, 2:15 BW, 2:19 BW, 2:248 BW, 2:9 BW, 2:394 BW, 2:10 BW, 6:162 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Bestuurdersaansprakelijkheid, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 39 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.