← Week 39

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 september 2026

Curator stelt bestuurder aansprakelijk ex 2:248 en 2:9 BW; afgewezen ondanks schending 2:10 en 2:394

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De curator stelt de bestuurder van een failliete modevennootschap aansprakelijk voor het boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW en onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelt dat de publicatie- en boekhoudplicht zijn geschonden, maar dat de bestuurder het vermoeden van causaliteit ontzenuwt met externe oorzaken. De curator maakt vervolgens niet aannemelijk dat de onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement was, en een ernstig verwijt ontbreekt. De vorderingen en het gevraagde bestuursverbod worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“Het voorgaande betekent dat er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling en dat deze onbehoorlijke taakvervulling vermoed wordt een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement. Dit vermoeden kan door de bestuurder worden weerlegd. Een redelijke uitleg van art. 2:248 lid 2 BW brengt mee dat voor het ontzenuwen van dit vermoeden volstaat dat de aangesproken bestuurder aannemelijk maakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Als de bestuurder daarin slaagt, ligt het op de weg van de curator om op de voet van art. 2:248 lid 1 BW aannemelijk te maken dat de kennelijke onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.”

r.o. 2.34

“De rechtbank is van oordeel dat [partijen 1 en 2] aldus voldoende heeft onderbouwd dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.”

r.o. 2.38

“Gezien het daartegen gevoerde verweer, is de rechtbank van oordeel dat de curator er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Uitgangspunt is dat een bestuurder een grote mate van vrijheid toekomt bij de wijze waarop hij zijn taak vervult. Hij mag daarbij ook risico’s nemen, zolang dat maar geen onverantwoorde risico’s zijn. Dat [partijen 1 en 2] bij de vervulling van zijn taak als bestuurder onverantwoorde risico’s heeft genomen is onvoldoende gebleken. Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd is duidelijk dat de doorstart van de onderneming van Sandwich II afhankelijk was van de afspraken die konden worden gemaakt met de pandhouder/financier over de verkoop van de verpande activa en de voortzetting van de financiering. Uit het feit dat, naar tussen partijen vaststaat, Sandwich III in de kern een financieel gezonde onderneming was die in de jaren 2020 en 2021 mooie winsten heeft gerealiseerd, blijkt wel dat [partijen 1 en 2] namens Sandwich III goede (werk)afspraken heeft kunnen maken met de pandhouder/financier. Dat [partijen 1 en 2] daarbij vooral heeft gehandeld in het belang van de aan Sandwich III gelieerde entiteiten en niet in het belang van Sandwich III, zoals de curator stelt, is onvoldoende gebleken. Het handelen van [partijen 1 en 2] als bestuurder van Sandwich III kan niet los worden gezien van het feit dat Sandwich III onderdeel uitmaakte van een […]”

r.o. 2.42

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:8751
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 september 2026
Datum publicatie
22 september 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:9 BW, 2:10 BW, 2:394 BW, 6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarrekening
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 39 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.