← Week 30

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 4 juni 2026

OK wijst enquêteverzoek af: management fee volgt uit vaststellingsovereenkomst

  • Enquêterecht
  • Geschillenregeling
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een 50%-aandeelhouder van een vastgoedvennootschap verzocht om een enquête vanwege een volgens haar excessieve management fee voor de andere aandeelhouder, die tevens bestuurder is. De OK wijst het verzoek af: de fees volgen uit een vaststellingsovereenkomst en het verzoek strekt in de kern tot wijziging daarvan, waarvoor de enquêteprocedure niet dient. Er zijn geen gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid.

Kernoverwegingen

“De Ondernemingskamer is van oordeel dat er geen gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Novari. De afspraken zijn onderdeel van een overeenkomst die destijds is aangegaan ter beëindiging van geschillen tussen verschillende partijen, waaronder [vader] en [indirect bestuurder 1] en aan hen gelieerde vennootschappen. De overeenkomst moet daarom worden aangemerkt als vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO). De VSO bevat een groot aantal elementen die onderling samenhangen en waarvoor de verschillende partijen over en weer hebben moeten geven en nemen. 7. Het verzoek strekt in de kern tot wijziging van de VSO. Voor een dergelijke vermogensrechtelijke kwestie is de enquêteprocedure niet in het leven geroepen. De weigering van Novaron als bestuurder van Novari daarover het gesprek te voeren kan althans op dit moment niet worden aangemerkt als een gegronde reden om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Daarbij voorziet de VSO bij geschillen tussen partijen nog in de mogelijkheid van bindend advies. Ten overvloede merkt de Ondernemingskamer nog op dat niet alleen Novaron maar ook Novaton een management fee ontvangt die de helft van de fee van Novaron bedraagt. Het moge zo zijn dat de management fee van Novaron jaarlijks met 5% groeit, maar dat geldt ook voor de management fee van Novaton die daarvoor geen prestatie levert. Het verschil tussen beide fees is niet zo groot dat daarin grond voor twijfel aan het […]”

r.o. 6

“Het verzoek strekt in de kern tot wijziging van de VSO. Voor een dergelijke vermogensrechtelijke kwestie is de enquêteprocedure niet in het leven geroepen. De weigering van Novaron als bestuurder van Novari daarover het gesprek te voeren kan althans op dit moment niet worden aangemerkt als een gegronde reden om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Daarbij voorziet de VSO bij geschillen tussen partijen nog in de mogelijkheid van bindend advies. Ten overvloede merkt de Ondernemingskamer nog op dat niet alleen Novaron maar ook Novaton een management fee ontvangt die de helft van de fee van Novaron bedraagt. Het moge zo zijn dat de management fee van Novaron jaarlijks met 5% groeit, maar dat geldt ook voor de management fee van Novaton die daarvoor geen prestatie levert. Het verschil tussen beide fees is niet zo groot dat daarin grond voor twijfel aan het beleid of de gang van zaken kan zijn gelegen. Dat geldt te minder indien inflatie sinds 2004 en de waardeontwikkeling van het vastgoed in het algemeen in aanmerking wordt genomen. Aangenomen mag worden dat ten minste een aanzienlijk deel van de management fee feitelijk een voorschot op het dividend behelst. Ook moet worden bedacht dat alle jaarrekeningen tot en met 2024 met instemming van beide aandeelhouders zijn vastgesteld, terwijl niet is gebleken dat [vader] ooit heeft geprotesteerd tegen de in de VSO vastgelegde afspraak over de management fees. 8. Hierop stuit het enquêteverzoek af. De […]”

r.o. 7

“[indirect bestuurder 1] /Novaron zal voor zijn werkzaamheden als bestuurder van Concrete en/of Novari vanaf 1 februari 2004 een vaste management fee ontvangen totaal groot € 4.000 exclusief BTW per maand. [vader] /Novaton zal voor de door hem voor Concrete en/of Novari te verrichten werkzaamheden vanaf 1 februari 2004 een vaste management fee ontvangen groot € 2.000,- exclusief BTW per maand. Deze vergoedingen worden jaarlijks, met ingang van 1 januari 2005, met 5% verhoogd. In 2004 zal door Novari aan [vader] /Novaton een eenmalige vergoeding wegens verrichte diensten op declaratie worden voldaan van € 17.879,-- excl. BTW. (…) 10. Voor het geval zich in (…) Novari een situatie voordoet waarin de besluitvorming in de algemene vergadering van aandeelhouders verlamd is door een verschil van inzicht, incomptabilité d'humeur of anderszins, zal ieder der aandeelhouders gerechtigd zijn een bindend oordeel van een onafhankelijke derde-deskundige te vragen. (…)” 4. Novaton heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Novari en dat de toestand van de vennootschap nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft Novaton – samengevat – naar voren gebracht dat de financiële verhoudingen tussen de 50%-aandeelhouders in de loop van de tijd uit het lood zijn geslagen. De management fee van Novaron is excessief. Novaron weigert als bestuurder van Novari mee te […]”

r.o. 8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1583
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
22 juli 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:344 BW, 2:345 BW
Thema
Enquêterecht, Geschillenregeling
Weekoverzicht
Week 30 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.