← Week 42

Gerechtshof Amsterdam · 6 oktober 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid voor niet-nakoming leaseovereenkomst door failliete vennootschap; deels toegewezen

  • Aansprakelijkheid deels toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een leasegever sprak de vennootschap aan die bestuurder was van een failliete leasenemer, wegens onrechtmatige daad. Het hof oordeelt dat het Beklamel- en Roelofsen-verwijt onvoldoende is onderbouwd en dat de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid niet is gehaald, mede gelet op het rechtmatigheidsonderzoek van de curator. Wel is de bestuurder aansprakelijk voor het niet retourneren van geleaste zaken en moet zij de waarde daarvan vergoeden.

Kernoverwegingen

“Van bestuurdersaansprakelijkheid kan sprake zijn als de bestuurder bij het aangaan van een overeenkomst wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, en wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser als gevolg van haar handelen schade zou lijden (Hoge Raad 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521 (Beklamel). Ook kan een dergelijk ernstig verwijt aan de orde zijn als de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt (Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen). In het algemeen geldt een hoge drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders (Vgl. HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:912, rov. 3.2.1).

Bestuurdersaansprakelijkheid met toepassing van de Beklamelnorm”

r.o. 6.2

“Dat de financiële positie van Genova bij het sluiten van de leaseovereenkomst dermate slecht was dat Grace Bio Omics op grond daarvan wist dat Genova haar betalingsverplichtingen niet zou kunnen nakomen, heeft Grace Bio Omics gemotiveerd betwist. Grace Bio Omics heeft erop gewezen dat [appellanten] slechts heeft gekeken naar de balansgegevens van Genova BV en Genova Holding en dat zij het werkkapitaal ten onrechte onvermeld heeft gelaten. De aandeelhouders van Genova en Genova Holding BV hadden in 2020 een kapitaalstorting gedaan van € 1.700.000,00 wat blijkt uit de koopovereenkomst en het addendum en Grace Bio Omics en Qurin hadden zich op 5 november 2020 gecommitteerd aan een geldleningsovereenkomst met Genova, waarbij ze ieder € 250.000,00 hadden uitgeleend aan Genova, aldus Grace Bio Omics. Het hof is van oordeel dat [appellanten] op dit verweer onvoldoende is ingegaan en haar stelling ten aanzien van de financiële positie van Genova daarmee onvoldoende heeft onderbouwd. Overigens beschikte [appellanten] voorafgaand aan het sluiten van de leaseovereenkomst zelf over in elk geval jaarrekeningen van Genova. Kennelijk vond zij die jaarrekeningen toen niet alarmerend en redengevend voor wetenschap op voorhand dat de overeenkomst niet kon worden nagekomen. Niet valt in te zien waarom dat nu - zonder de wetenschap van achteraf - anders is. De RVO kredietaanvraag was voor de liquiditeit van dat moment niet nodig en bovendien werd pas ruim na het sluiten van de overeenkomst […]”

r.o. 6.4

“[appellanten] heeft gesteld dat Genova betalingen aan Grace Datascience en Grace Systems heeft gedaan voor meer dan een half miljoen euro zonder dat daar een grondslag voor bestond en daarmee gelden heeft overgeheveld met het doel deze te onttrekken aan verhaal. Daarbij heeft [appellanten] verwezen naar stellingen van Qurin (onder meer in de conclusie van antwoord in eerste aanleg). Daarin is gewezen op betalingen van na 15 september 2021, de datum waarop een overeenkomst tussen Genova en Grace Datascience eindigde. Concreet heeft [appellanten] verwezen naar licentiekosten van € 211.000,00 en een doorberekende managementfee van € 378.000,00 die Qurin noemt in een brief van 23 mei 2022. In de antwoordakte heeft [appellanten] echter nader toegelicht dat voornoemde bedragen kostenposten betreffen die afkomstig zijn uit de jaarrekening van Grace Datascience en dus geen kostenposten van Genova zijn. Daarmee heeft [appellanten] haar stellingen onvoldoende onderbouwd. Los daarvan heeft ook de curator onderzoek gedaan naar de betalingen aan Grace Datascience van ná 15 september 2021, namelijk op 25 oktober 2021, 27 november 2021 en 18 december 2021 van driemaal € 104.681,13 (in totaal € 314.043,39). De curator heeft geconstateerd dat over de jaren 2020 tot en met 2022 “vaste kosten van eerst € 106.000,00 en daarna € 104.000,00 per maand” werden gemaakt door betaling aan Grace Datascience. De curator heeft gevraagd of voor daadwerkelijk afgenomen diensten werd gefactureerd, waarop […]”

r.o. 6.10

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2856
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Datum publicatie
13 oktober 2026
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 6:102 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
deels toegewezen
Weekoverzicht
Week 42 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.