← Week 7

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 11 februari 2026

OK gelast enquête Nexperia; tegenstrijdig belang CEO en strategiewijziging

  • Enquêterecht
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Twee vennootschappen in de halfgeleiderindustrie verzoeken een enquête, onder meer wegens tegenstrijdig belang-transacties met een leverancier van de controlerend aandeelhouder en het terugkomen op toezeggingen aan het ministerie. De OK oordeelt dat gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken, mede omdat de verhoogde zorgvuldigheid bij tegenstrijdig belang (artikel 2:239 lid 6 BW) niet is gebleken. Zij beveelt een onderzoek en handhaaft de onmiddellijke voorzieningen, waaronder de schorsing van de CEO en het beheer van de aandelen.

Kernoverwegingen

“Bestuurders dienen hun taak naar behoren, dat wil zeggen: op zorgvuldige en loyale wijze, te vervullen. Daarbij dienen zij zich te richten naar het belang van de vennootschap en haar onderneming. Wat dat belang inhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Als aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt haar belang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming, door middel van duurzame lange termijn waardecreatie (vgl. OK 11 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3290, Centric Holding). De vennootschap heeft er bovendien een zelfstandig belang bij dat wettelijke en statutaire normen of normen die mede voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW, waaronder begrepen procedurele normen die noodzakelijk zijn voor een goede besluitvorming, op juiste wijze zijn of worden nageleefd. Bij de vervulling van hun taak dienen bestuurders voorts zorgvuldigheid te betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken. Deze zorgvuldigheidsverplichting kan meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor zorgen dat daardoor de belangen van degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad.”

r.o. 3.6

“In deze zaak is onder meer het onderwerp van tegenstrijdig belang aan de orde. In dit verband memoreert de Ondernemingskamer dat een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 2:239 lid 6 BW zich voordoet indien een bestuurder te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend laat leiden door het belang van de vennootschap en haar onderneming. De vraag of een tegenstrijdig belang bestaat moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval (vgl. HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0033, Bruil). Bij aanwezigheid van een tegenstrijdig belang is een hoge mate van zorgvuldigheid vereist in de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering van de transactie. Daarbij moeten de te onderscheiden belangen op zorgvuldige wijze gescheiden worden gehouden en dient een zo groot mogelijke openheid te worden betracht. De verhoogde zorgvuldigheid dient in beginsel erop te zijn gericht dat de transactie geschiedt onder redelijke en marktconforme voorwaarden zodat deze zakelijk verantwoord is. Daartoe kan inschakeling van deskundige derden gewenst en onder omstandigheden geboden zijn. Indien in het bestuur beraadslaging en/of besluitvorming plaatsvindt waarbij een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft, dient deze zich op de voet van artikel 2:239 lid 6 BW van deelname te onthouden. Het voorgaande geldt overeenkomstig indien een lid van het uitvoerend comité is […]”

r.o. 3.9

“Wat de periode na het sluiten van de prepayment agreement betreft, moet worden bedacht dat de financiële situatie van WSS in 2025 zeer precair was. Uit het ten behoeve van Project Ducati in opdracht van Nexperia verrichte due diligence-onderzoek blijkt dat op 19 maart 2025 de verwachting bestond dat “WSS will run out of cash by Q2/Q3 2025, unless other customers ramp up” (2.32). Weliswaar kon tegen die achtergrond in het verwachte capaciteitstekort van WSS in 2027 voor Nexperia een zakelijke grondslag worden gevonden voor een groter aantal orders dan zij onmiddellijk nodig had, maar in het licht van de risico’s van vooruitbestellingen voor Nexperia (opslag, houdbaarheid, kosten) had [bestuurder/CEO] wel steeds een tegenstrijdig belang bij het plaatsen van de concrete orders die Nexperia deed onder de prepayment agreement. Dat betekent dat Nexperia bij de besluitvorming over het plaatsen van die orders telkens de in 3.9 bedoelde verhoogde zorgvuldigheid in acht diende te nemen. Daarvan is niet gebleken.”

r.o. 3.12

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:318
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
11 februari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW, 2:239 BW, 2:345 BW, 2:349 BW, 2:355 BW
Thema
Enquêterecht, Bestuurdersaansprakelijkheid, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 7 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.