Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 26 februari 2026
OK beëindigt enquête en onmiddellijke voorzieningen na minnelijke regeling; uitstotingsverzoek niet-ontvankelijk
- Enquêterecht
- Geschillenregeling
- Boek 2 BW
Samenvatting
Na een eerdere beschikking waarin de OK een enquête had bevolen en een bestuurder had benoemd als onmiddellijke voorziening, bereiken de aandeelhouders een minnelijke regeling. De OK beëindigt daarom het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen. Het aangehouden verzoek tot uitstoting van een aandeelhouder wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat het geen beoordeling meer behoeft.
Kernoverwegingen
“Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer (in de enquêteprocedure) een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [vennootschap 1] c.s. over de periode vanaf 1 januari 2024. De aanwijzing van een onderzoeker is daarbij voorlopig aangehouden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding J.C. Jaakke als bestuurder van [vennootschap 1] benoemd aan wie in het bestuur van [vennootschap 1] – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een beslissende stem toekomt en die zelfstandig bevoegd is [vennootschap 1] te vertegenwoordigen en zonder wie [vennootschap 1] niet vertegenwoordigd kan worden. De Ondernemingskamer heeft aanleiding gezien deze bestuurder in het bijzonder ook tot taak te geven om in het belang van [vennootschap 1] c.s. en de met haar verbonden onderneming, met partijen te onderzoeken op welke wijze tot een voor alle betrokkenen accepteerbare, financierbare en werkbare ontvlechting van de belangen van de aandeelhouders kan worden gekomen.”
r.o. 1.2
“De Ondernemingskamer heeft in de geschillenregelingsprocedure de beslissing op het verzoek om uitstoting van [aandeelhouder 1] als aandeelhouder van [vennootschap 1] aangehouden om te bezien of met het treffen van de hiervoor genoemde onmiddellijke voorziening en in het bijzonder ook de daarbij aan de te benoemen bestuurder opdragen bijzondere taak een oplossing van het geschil kan worden gevonden die beter aansluit bij de wensen en (on)mogelijkheden van de beide aandeelhouders, dan mogelijkerwijs met de enkele uitstoting van [aandeelhouder 1] als aandeelhouder van [vennootschap 1] kan worden bereikt.”
r.o. 1.3
“Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen in die zin dat zij het bij de beschikking van 17 juni 2025 in de enquêteprocedure bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden.
In de geschillenregelingsprocedure”
r.o. 2.1