← Week 14

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 9 maart 2026

Enquête: aanwijzingen raadsheer-commissaris over reikwijdte onderzoek en verwerking van informatie

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een lopende enquêteprocedure verzoeken een aandeelhouder en de vennootschap de raadsheer-commissaris de onderzoeker aanwijzingen te geven over de reikwijdte van het onderzoek, correspondentie en de verwerking van informatie. De raadsheer-commissaris bepaalt dat het onderzoek de grenzen van de Leidraad volgt, waarbij ook latere feiten en het aan het oog onttrekken van gegevensdragers kunnen worden betrokken. Privé-gegevensdragers kunnen onder de gegevensdragers van de rechtspersoon vallen, mits de AVG-grenzen in acht worden genomen, en de aandeelhouder moet de gevraagde informatie verstrekken.

Kernoverwegingen

“De reikwijdte van het onderzoek, en daarmee de onderzoeksopdracht aan de onderzoeker, wordt bepaald door het dictum van de beschikking waarin het onderzoek is gelast, gelezen in samenhang met de overwegingen waarop die beslissing berust (art. 2.1 Leidraad). Daarbij staat het de onderzoeker niet vrij om feiten en omstandigheden die geen verband houden met de in de eerstefasebeschikking genoemde redenen voor het gelasten van een onderzoek, tot zelfstandig voorwerp van onderzoek te maken (art. 2.4 Leidraad).”

r.o. 2.3

“De tweede nuancering staat in art. 2.3 Leidraad:

‘Gelet op de aard van de beslissing tot het gelasten van een onderzoek en op de belangen die zijn gediend bij het verkrijgen van een juist en evenwichtig beeld van het gevoerde beleid als resultaat van het onderzoek, ligt het in het algemeen niet in de rede om de reikwijdte van het onderzoek beperkt op te vatten. Het staat de onderzoeker derhalve vrij om in zijn onderzoek ook feiten en omstandigheden te betrekken die niet aan de beslissing tot het gelasten van het onderzoek ten grondslag liggen indien die feiten en omstandigheden licht kunnen werpen op de in de eerstefasebeschikking gegrond bevonden redenen voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken of daarmee anderszins voldoende samenhang vertonen. Aan de onderzoeker komt daarbij een ruime marge van waardering toe, reeds omdat de relevantie van vragen en onduidelijkheden waarop de onderzoeker stuit veelal pas na (enig) onderzoek kan worden bepaald.’

Dit kan meebrengen dat de onderzoeker feiten en omstandigheden van later datum in haar onderzoek betrekt. In dat geval dient de onderzoeker wel acht te slaan op de (mogelijk veranderde) context waaronder die feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan. In het geval van MVDE zou in dat geval bijvoorbeeld relevant kunnen zijn dat MVDE inmiddels is ontbonden, dat haar onderneming is gestaakt, dat de activa van de onderneming onder de regie van de OK-bestuurder zijn overgedragen aan [aandeelhouder B] c.s. en […]”

r.o. 2.6

“De derde nuancering houdt ermee verband dat het onderzoeksverslag inzicht verschaft in de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd (art. 7.2 Leidraad). Indien een of meer betrokkenen trachten mogelijk relevante gegevensdragers aan het oog van de onderzoeker te onttrekken, kan dit een relevant gegeven zijn bij het geven van inzicht in de uitvoering van het onderzoek. Dat geldt ook, indien dit zich heeft afgespeeld na de einddatum van de onderzoeksperiode. Bovendien kan de omstandigheid dat gegevensdragers aan het oog zijn onttrokken (bijvoorbeeld doordat bestanden, correspondentie, WhatsApp-gesprekken of e-mails zijn verwijderd of fysieke informatie is vernietigd) leiden tot de conclusie dat voldoende samenhang bestaat met het onderzoek dat de Ondernemingskamer heeft gelast. Dit betekent dat de onderzoeker concrete aanwijzingen dat informatie aan haar oog wordt onttrokken, in haar onderzoek mag betrekken en dat zij vervolgens in het onderzoeksverslag inzicht geeft in de wijze waarop dat het onderzoek heeft beïnvloed en welke gevolgen daaraan zijn verbonden. Daarbij komt haar een ruime marge van waardering toe.”

r.o. 2.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:634
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 maart 2026
Datum publicatie
1 april 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:350 BW, 2:351 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 14 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.