← Week 8

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 februari 2026

Deskundigenbenoeming voor waardering percelen bij verdeling vermogen vof tussen tweelingbroers

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Twee vennoten van een vennootschap onder firma twisten over de verdeling van het vermogen van de vof. Het hof benoemt in vervolg op een tussenarrest één deskundige om de percelen met opstallen te waarderen op basis van vastgestelde uitgangspunten, waaronder marktwaarde en twee alternatieve waarderingen naargelang de bedrijfswoning. Het hof wijst het verzoek om extra partijdeskundigen af, gelast een plaatsopneming en houdt de zaak voor het overige aan.

Kernoverwegingen

“Het gaat in deze procedure om een geschil tussen twee tweelingbroers over de verdeling van het vermogen van hun vennootschap onder firma (hierna de vof). Het hof heeft in het tussenarrest van 1 april 2025 overwogen dat het voor de verdeling van dit vermogen nodig is om de waarde van de percelen van de vof en de andere vermogensbestanddelen vast

te stellen en dat het hof het voornemen heeft om als deskundige te benoemen de heer ing. [naam1] MSc RT, die ook in de rechtbankprocedure een deskundigenbericht heeft uitgebracht (hierna: de deskundige).”

r.o. 2.1

“[broer A] heeft voorgesteld om drie deskundigen te benoemen, dat wil zeggen twee partijdeskundigen en [naam1] . Wat [broer B] betreft is geen reden voor benoeming van twee partijdeskundigen naast de deskundige. Naar het oordeel van het hof kan benoeming van [naam1] als enige deskundige volstaan omdat er geen reden is, en ook geen reden is aangevoerd, om te twijfelen aan zijn deskundigheid en onafhankelijkheid en hij bovendien de situatie ter plaatse al kent. Het hof neemt daarbij mede in overweging dat beide partijen hebben aangedrongen op voortgang en kostenbewaking in deze procedure.”

r.o. 2.3

“[broer A] heeft voorgesteld dat een door hem aangewezen partijdeskundige deelneemt aan het gesprek met de deskundige. Het hof ziet geen reden om de deskundige hierover te instrueren. De deskundige stelt zelfstandig het onderzoek in, hij moet bij de uitvoering van het onderzoek partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen (art. 198 lid 2 Rv (oud)), en hij moet de Leidraad deskundige in civiele zaken volgen, zoals in het dictum van dit arrest is opgenomen. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de deskundige zijn onderzoek zal inrichten op dezelfde manier als hij zijn onderzoek tijdens de rechtbankprocedure heeft ingericht. Hiermee is gewaarborgd dat het deskundigenbericht op basis van hoor en wederhoor tot stand zal komen. Hiermee is ook gewaarborgd dat de verdere onderwerpen die [broer B] en [broer A] in hun aktes aan de orde hebben gesteld onder de aandacht van de deskundige kunnen worden gebracht. Partijen en desgewenst hun advocaten mogen bij het onderzoek aanwezig zijn.”

r.o. 2.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:768
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
18 februari 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Wetsartikelen
3:185 BW
Thema
Personenvennootschappen
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 8 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.