Gerechtshof Den Haag · 13 oktober 2026
Vervangende machtiging wijziging splitsingsakte; nietigheid VvE-besluit ex artikel 2:14 BW
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een appartementseigenaar verzoekt om een vervangende machtiging voor het wijzigen van de splitsingsakte, omdat de andere eigenaar weigert mee te werken. Het hof bekrachtigt de machtiging en oordeelt dat er geen redelijke grond voor weigering is. Boek 2 speelt een bijrol: het beroep op nietigheid van een VvE-besluit op grond van artikel 2:14 lid 1 BW slaagt niet.
Kernoverweging
“[appellante] beroept zich verder op nietigheid van het besluit van 25 oktober 2023. Een besluit van een VvE is nietig indien het in strijd is met de wet of de statuten (artikel 2:14 lid 1 BW). Volgens [appellante] is uitdrukkelijke toestemming van alle appartementseigenaars vereist en heeft zij zich juist steeds verzet tegen de verbouwingswerkzaamheden van [verweerder]. Net als de kantonrechter volgt het hof het betoog van [appellante] niet. Het wijzigen van de splitsingsakte is tussen partijen meermaals onderwerp van gesprek geweest en daarover is ook al eens op hoofdlijnen overeenstemming geweest. Van verlies van ruimte bestemd voor gemeenschappelijk gebruik is - zoals hiervoor overwogen - ook geen sprake. [appellante] verliest verder uit het oog dat ingevolge art. 5:139 BW weliswaar een meerderheidsbesluit nodig is voor de aktewijziging maar dat bij gebreke daaraan op grond van art. 5:140 BW een vervangende machtiging kan worden verzocht. Dat er geen meerderheidsbesluit ligt is dus op zichzelf geen grond voor weigering. Of [appellante] op de juiste wijze is opgeroepen voor de VvE-vergadering van 25 oktober 2023 kan in het midden blijven omdat [appellante] niet binnen een maand nadat zij van het besluit heeft kennisgenomen vernietiging van het besluit heeft verzocht.”
r.o. 6.5