Gerechtshof Den Haag · 21 april 2026
Ontslag statutair bestuurder omroepvereniging: geen herstel, wel billijke vergoeding
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een omroepvereniging ontsloeg haar statutair bestuurder na een anonieme brandbrief en twee onderzoeken. Het hof oordeelt dat het arbeidsrechtelijk ontslag van een statutair bestuurder op grond van artikel 2:37 lid 6 BW niet kan worden hersteld, omdat geen wettelijk opzegverbod gold (geen ziekteverbod en geen klokkenluidersbescherming). Omdat de onderzoeken uiterst onzorgvuldig waren en de vereniging ernstig verwijtbaar handelde, kent het hof een billijke vergoeding van 100.000 euro toe.
Kernoverwegingen
“Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het arbeidsrechtelijk ontslag van een statutair bestuurder tegen de achtergrond van het vennootschapsrechtelijk ontslag moet worden bezien. Uitgangspunt is dat het rechtsgeldige ontslag van een statutair bestuurder uit zijn vennootschapsrechtelijke positie als regel tevens opzegging van zijn arbeidsovereenkomst met zich brengt, zoals volgt uit de zogeheten “15 april-arresten” van de Hoge Raad (15 april 2005; ECLI:NL:HR:2005:AS2030 (Eggenhuizen/Unidek) en ECLI:NL:HR:2005:AS2713 (Bartelink/Ciris). Ook het bestuur van een vereniging valt onder de reikwijdte van de 15-april arresten.”
r.o. 6.7
“Het arbeidsrechtelijke ontslag van een statutair bestuurder kan, anders dan bij andere werknemers, niet worden hersteld (zie artikel 2:37 lid 6 BW), tenzij sprake is van een wettelijk opzegverbod en er ondanks dat opzegverbod is opgezegd.”
r.o. 6.8
“Het voorgaande betekent dat [verzoeker] geen specifieke bescherming tegen ontslag genoot (geen opzegverbod bij ziekte en geen opzegverbod wegens een melding in de zin van Wbk). Dit betekent dat de tweede beroepsgrond faalt. Daarmee is het arbeidsrechtelijk ontslag een gegeven. Aan een inhoudelijke behandeling van het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van ON! wordt daarom niet toegekomen. Geen redelijke ontslaggrond; billijke vergoeding”
r.o. 6.24