← Week 8

Hoge Raad · 21 februari 2003

HBG

Wanbeleid HBG: geen verplichte voorafgaande consultatie AVA bij afgewezen onderhands bod

  • Enquêterecht
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad oordeelt in een enquêtezaak dat een beursvennootschap niet verplicht is de algemene vergadering van aandeelhouders vooraf te consulteren bij afwijzing van een onderhands bod op een wezenlijk deel van haar activiteiten. Daarvoor ontbreekt een wettelijke of statutaire grondslag. Eenmalig gebrekkige communicatie in één vergadering levert evenmin wanbeleid op. De Hoge Raad vernietigt de vaststelling van wanbeleid door de OK en wijst de verzoeken af.

Kernoverwegingen

“In cassatie is aan de orde of, uitgaande van de redelijkheid van de gemaakte keuze van HBG voor Ballast Nedam en daarmee tegen Boskalis, de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van HBG zijn tekortgeschoten in de wijze waarop de algemene vergadering van aandeelhouders bij de besluitvorming dienaangaande is betrokken en daarover is geïnformeerd. Daarbij geldt in de eerste plaats dat, zoals de Ondernemingskamer blijkens haar hiervóór in 4.2.4 onder c) weergegeven overweging terecht - en in cassatie niet bestreden - heeft geoordeeld, het bestuur van een vennootschap rechtens niet gehouden is het aangaan van een joint venture ter instemming of goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te leggen, wanneer die joint venture past in het profiel van de gebruikelijke en normale ondernemingsactiviteiten van de vennootschap, hetgeen hier blijkens het onder 5 overwogene moet worden aangenomen. In de tweede plaats komt bij de beantwoording van de vraag in welke mate HBG verplicht was de aandeelhouders bij de besluitvorming te betrekken en hen dienaangaande te informeren, betekenis toe aan de omstandigheid dat de gewone aandelen van HBG aan de beurs zijn genoteerd. Die omstandigheid brengt mee dat, zoals de Ondernemingskamer blijkens haar rov. 3.48 ook heeft onderkend, niet slechts de algemene vergadering van aandeelhouders maar ook het beleggend publiek belang heeft bij (informatie over) de besluitvorming met betrekking tot het te voeren beleid. 6.3 De […]”

r.o. 6.2

“In de conclusie van de Advocaat-Generaal wordt in de punten 2.30 tot en met 2.46 een overzicht gegeven van voor een beoordeling van de juistheid van de door de Ondernemingskamer aanvaarde rechtsregel van belang zijnde bestaande en voorgestelde wettelijke regelingen, rapporten, adviezen en literatuur. Evenals de Advocaat-Generaal komt de Hoge Raad tot de slotsom dat noch in de huidige wettelijke regeling, noch in de thans bekende voorstellen tot wijziging daarvan, noch in de in Nederland aanvaarde inzichten omtrent corporate governance, voldoende steun is te vinden voor de door de Ondernemingskamer aanvaarde rechtsregel, inhoudende dat een verplichting tot voorafgaande consultatie van de algemene vergadering van aandeelhouders bestaat in het geval dat het bestuur van een vennootschap geen medewerking wil verlenen aan een in de openbaarheid gebracht onderhands bod op een wezenlijk deel van de activiteiten van de vennootschap. Daarbij is in aanmerking te nemen dat afwijzing van een dergelijk bod in de regel meebrengt dat in de wezenlijke kenmerken van de vennootschap en in het profiel van de daaraan verbonden onderneming geen verandering wordt gebracht, laat staan een wijziging van zo ingrijpende aard dat instemming vooraf of goedkeuring achteraf van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist zou zijn. De door de Ondernemingskamer aangenomen verplichting tot voorafgaande consultatie van de algemene vergadering van aandeelhouders gaat weliswaar minder ver, maar ook aan […]”

r.o. 6.4.2

“Onderdeel 3 keert zich tegen hetgeen de Ondernemingskamer in haar hiervóór in 4.2.4 onder f) en 4 samengevatte overweging heeft geoordeeld over de wijze waarop HBG de beginselen van corporate governance heeft begrepen en onderschreven, alsmede tegen het belang dat de Ondernemingskamer daaraan mede heeft gehecht bij de beantwoording van de vraag of een verplichting tot voorafgaande consultatie van de algemene vergadering van aandeelhouders bestond. Het onderdeel klaagt terecht dat hetgeen HBG in haar jaarverslag over 1997 als eigen opvatting omtrent de aanbevelingen van de Commissie Corporate Governance heeft vermeld, niet de conclusie toelaat dat volgens HBG zelf beslissingen als de onderhavige voorafgaand aan de besluitvorming aan de algemene vergadering van aandeelhouders behoren te worden voorgelegd. Uit het door de Ondernemingskamer in haar rov. 3.42 aangehaalde jaarverslag onder het kopje "Majeure wijzigingen in de aard en omvang van de onderneming" blijkt integendeel dat HBG meent dat het de taak van de Raad van Bestuur is om, onder toezicht van de Raad van Commissarissen, vorm te geven aan de aard en omvang van de onderneming, waarover aan de algemene vergadering van aandeelhouders verslag wordt gedaan en verantwoording afgelegd, terwijl de huidige strategie - waarvoor bepalend zijn de kernactiviteiten bouwen en baggeren - wordt uitgedragen in de jaarverslagen en bij ontmoetingen met aandeelhouders en analisten. Uit de bedoelde passage blijkt voorts dat HBG de […]”

r.o. 6.6.2

Gegevens

Bekend als
HBG
ECLI
ECLI:NL:HR:2003:AF1486
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
21 februari 2003
Datum publicatie
21 februari 2003
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:345 BW
Thema
Enquêterecht, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 8 van 2003

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.