← Week 8

Hoge Raad · 21 februari 2003

Enquête: eenmalig onvoldoende informeren aandeelhouders is geen wanbeleid; jaarrekeningen Hardamant-constructie

  • Enquêterecht
  • Jaarrekening
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad oordeelt in een enquêtezaak dat het eenmalig onvoldoende informeren van aandeelhouders over een belangrijke transactie geen wanbeleid oplevert als dit niet opzettelijk gebeurde en geen ander gevolg had dan een onjuiste indruk van belangenverstrengeling. Het oordeel van de OK op dit punt wordt vernietigd. Het oordeel dat het gebrek aan openheid in de jaarrekeningen over een deelnemingsconstructie wanbeleid vormt, blijft in stand. Een goedkeurende accountantsverklaring ontslaat de vennootschap niet van haar eigen verantwoordelijkheid voor de jaarrekening.

Kernoverwegingen

“Zoals de Ondernemingskamer in het vervolg van haar rov. 3.8 heeft geoordeeld, gaat het bij de onderhavige gebrekkige informatievoorziening om een eenmalig tekortschieten. Een eenmalig tekortschieten dat weliswaar betrekking had op een belangrijke aangelegenheid - de verwerving door Hardamant Finance ([betrokkene 6]) van zowel het [B]-pakket als het Hardamant-pakket teneinde eerstgenoemd pakket buiten het bereik van Recobel ([A]) te brengen - maar dat, blijkens de vaststellingen van de onderzoeker waarop de Ondernemingskamer zich te dezen baseert, geen ander gevolg heeft gehad dan dat bij een deel der (minderheids)aandeelhouders de niet met de werkelijkheid overeenstemmende indruk kon blijven bestaan van een belangenverstrengeling die [betrokkene 6], lid van de raad van Commissarissen van VIBA, als enig aandeelhouder van Hardamant Finance voordeel had gebracht. Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn beschikking van 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990,466 (Ogem) kan ook een enkele gedraging wanbeleid opleveren, met name indien die gedraging tot voor de onderneming zeer nadelige gevolgen heeft geleid. Van een dergelijk geval is te onderscheiden het incident of de incidentele beleidsfout, gevallen die niet als wanbeleid kunnen worden beschouwd. Een enkele gedraging als hiervoor bedoeld kan bestaan in het verstrekken van onvoldoende informatie aan aandeelhouders met betrekking tot een voor de onderneming belangrijk onderwerp. Dit onvoldoende verstrekken van informatie kan […]”

r.o. 3.4.3

“Ook de motiveringsklacht van dit onderdeel mist feitelijke grondslag: de Ondernemingskamer heeft niet op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval geoordeeld dat VIBA in haar jaarrekeningen nadere inlichtingen over de Hardamant-constructie had moeten verstrekken, maar op grond van de door de omvang van het Hardamant-pakket bepaalde betekenis van die inlichtingen voor de vorming van een juist beeld van vermogen en resultaat van VIBA. 3.5.4 Onderdeel 2.1 (b) faalt omdat de Ondernemingskamer daar waar zij in rov. 3.14 spreekt over het niet geven van een getrouw en duidelijk beeld van de kwaliteit van de winst (per aandeel) van VIBA, doelt op het feit dat door het ontbreken van openheid omtrent de Hardamant-constructie niet kenbaar was dat de winst van VIBA in enig boekjaar in belangrijke mate bepaald kon zijn door de winst over het daaraan voorafgaande jaar die als dividend van Hardamant was ontvangen. Van het stellen van een eis die geen steun vindt in het jaarrekeningenrecht of van onbegrijpelijkheid is derhalve, anders dan het onderdeel betoogt, geen sprake. 3.5.5 Onderdeel 2.3 keert zich met een rechtsklacht en een tweetal motiveringsklachten tegen het oordeel van de Ondernemingskamer dat het onvermeld laten van de Hardamant-constructie in strijd is met hetgeen de aandeelhouders op grond van de statutaire structuur en de gepubliceerde jaarrekeningen omtrent beschermingsmaat regelen van VIBA mochten verwachten. Deze klachten kunnen wegens gemis aan feitelijke […]”

r.o. 3.5.3

“Onderdeel 2.1 (b) faalt omdat de Ondernemingskamer daar waar zij in rov. 3.14 spreekt over het niet geven van een getrouw en duidelijk beeld van de kwaliteit van de winst (per aandeel) van VIBA, doelt op het feit dat door het ontbreken van openheid omtrent de Hardamant-constructie niet kenbaar was dat de winst van VIBA in enig boekjaar in belangrijke mate bepaald kon zijn door de winst over het daaraan voorafgaande jaar die als dividend van Hardamant was ontvangen. Van het stellen van een eis die geen steun vindt in het jaarrekeningenrecht of van onbegrijpelijkheid is derhalve, anders dan het onderdeel betoogt, geen sprake. 3.5.5 Onderdeel 2.3 keert zich met een rechtsklacht en een tweetal motiveringsklachten tegen het oordeel van de Ondernemingskamer dat het onvermeld laten van de Hardamant-constructie in strijd is met hetgeen de aandeelhouders op grond van de statutaire structuur en de gepubliceerde jaarrekeningen omtrent beschermingsmaat regelen van VIBA mochten verwachten. Deze klachten kunnen wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Zij nemen tot uitgangspunt dat de Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de jaarrekeningen van VIBA inzicht dienden te verschaffen in de bestaande beschermingsmaatregelen, maar dat is niet het geval. De Ondernemingskamer heeft slechts geoordeeld dat de aandeelhouders door het stilzwijgen daarover in zowel de statuten als de jaarrekeningen ten onrechte de mogelijkheid is onthouden zich een juist beeld te vormen van de […]”

r.o. 3.5.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2003:AF1797
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
21 februari 2003
Datum publicatie
21 februari 2003
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:355 BW
Thema
Enquêterecht, Jaarrekening, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 8 van 2003

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.