← Week 19

Hoge Raad · 13 mei 2005

Fusie coöperaties: afstand van recht door goedkeuring fusievoorwaarden door leden; procesvolmacht

  • Fusie en splitsing
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een stichting vordert namens oud-leden van een gefuseerde coöperatie schadevergoeding van de rechtsopvolger van de verkrijgende coöperatie wegens wanbeleid van de directeur van de verdwenen coöperatie. De Hoge Raad bevestigt dat de leden door goedkeuring van de fusievoorwaarden afstand van recht hebben gedaan. Dat de goedkeuring door de algemene vergadering is verleend, staat daar niet aan in de weg. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“De onderdelen 2.a en 2.b lenen zich voor gezamen-lijke behandeling. Zij keren zich tegen (de motivering van) het oordeel van het hof in rov. 4.17 dat Sobi niet gemotiveerd is ingegaan op het door Coberco gedane beroep op afstand van recht. De overwegingen waarop dat oordeel berust, moeten - voor zover thans van belang - als volgt worden begrepen. Dat de leden van Heino Krause ten tijde van de fusie niet op de hoogte waren van de omvang van het wanbeleid van [betrokkene 1], zoals Sobi heeft aangevoerd, vormt niet een betwisting van de hiervoor in 4.3 vermelde stelling. Ten tijde van de fusie is immers afgesproken dat de als gevolg van dat wanbeleid ontstane tekorten uit de bedrijfsvoering van vóór 1 januari 1991 tot een bedrag van ƒ 14.000.000,-- ten laste van de leden van Heino Krause zouden komen. Ook die afspraak is, anders dan Sobi betoogt, geen weerlegging van de stelling van Coberco omdat gesteld noch gebleken is dat de hiervoor bedoelde tekorten een bedrag van ƒ 14.000.000,-- te boven gingen. Onderdeel 2.b, dat uitgaat van de veronderstelling dat het hof niet zou hebben onderkend dat was afgesproken dat de tekorten van vóór 1 januari 1991 tot een bedrag van ƒ 14.000.000,-- ten laste van de leden van Heino Krause zouden komen, althans dat het hof zou hebben geoordeeld dat die tekorten minder dan ƒ 14.000.000,-- beliepen, berust blijkens het vorenstaande op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, en kan derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot […]”

r.o. 4.4.1

“Onderdeel 2.c, dat is gericht tegen het oordeel van het hof dat Coberco de goedkeuring van de fusie(voorwaarden) heeft mogen beschouwen als een tot haar gerichte verklaring van de zijde van de leden van Heino Krause waardoor zij afstand hebben gedaan van het recht om Coberco aan te spreken voor de in 4.4.1 bedoelde tekorten, bouwt voort op onderdeel 2.b, en moet het lot daarvan delen. 4.4.3 Onderdeel 2.d klaagt dat het hof met zijn hiervoor in 4.4.2 vermelde oordeel heeft miskend, dat de goedkeuring van de fusie(voorwaarden) is geschied door de algemene ledenvergadering van Heino Krause en dat die goedkeuring door een orgaan van deze coöperatie niet gelijkgesteld kan worden met een die is verleend door de individuele (ex-)leden zelf, althans dat het hof dat oordeel nader had dienen te motiveren. Ook dit onderdeel faalt. Het hof heeft vastgesteld dat de fusie en de fusievoorwaarden door de leden van Heino Krause met vrijwel algemene stemmen (slechts twee tegenstemmers) zijn goedgekeurd. Uitgaande van die vaststelling valt niet in te zien dat, en wordt door het onderdeel ook niet toegelicht waarom, het enkele feit dat de goedkeuring van de fusievoorwaarden - in overeenstemming met het bepaalde in art. 2:317 BW - is geschied door de algemene vergadering, zou meebrengen dat de daarin naar het oordeel van het hof gelegen afstand van recht de individuele leden van Heino Krause jegens Coberco niet bindt. 4.4.4 Onderdeel 2.e, ten slotte, heeft betrekking op de verwerping door het […]”

r.o. 4.4.2

“Onderdeel 2.d klaagt dat het hof met zijn hiervoor in 4.4.2 vermelde oordeel heeft miskend, dat de goedkeuring van de fusie(voorwaarden) is geschied door de algemene ledenvergadering van Heino Krause en dat die goedkeuring door een orgaan van deze coöperatie niet gelijkgesteld kan worden met een die is verleend door de individuele (ex-)leden zelf, althans dat het hof dat oordeel nader had dienen te motiveren. Ook dit onderdeel faalt. Het hof heeft vastgesteld dat de fusie en de fusievoorwaarden door de leden van Heino Krause met vrijwel algemene stemmen (slechts twee tegenstemmers) zijn goedgekeurd. Uitgaande van die vaststelling valt niet in te zien dat, en wordt door het onderdeel ook niet toegelicht waarom, het enkele feit dat de goedkeuring van de fusievoorwaarden - in overeenstemming met het bepaalde in art. 2:317 BW - is geschied door de algemene vergadering, zou meebrengen dat de daarin naar het oordeel van het hof gelegen afstand van recht de individuele leden van Heino Krause jegens Coberco niet bindt. 4.4.4 Onderdeel 2.e, ten slotte, heeft betrekking op de verwerping door het hof van de door Sobi bij het tweede pleidooi naar voren gebrachte stelling dat, indien wel uit de fusievoorwaarden zou voortvloeien dat de eventuele schuld van Heino Krause aan haar leden ter zake van het wanbeleid van [betrokkene 1] niet is overgegaan op Coberco, dit zou worden opzijgezet door de eisen van de goede trouw. Het hof heeft die stelling verworpen als verder niet onderbouwd, maar […]”

r.o. 4.4.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AS4174
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
13 mei 2005
Datum publicatie
13 mei 2005
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:309 BW, 2:317 BW
Thema
Fusie en splitsing, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 19 van 2005

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.