← Week 37

Hoge Raad · 14 september 2007

Uitstoting minderheidsaandeelhouders via driehoeksfusie en uitkoop na openbaar bod

  • Uitkoop
  • Enquêterecht
  • Fusie en splitsing
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Na een openbaar bod op een beursvennootschap wilde de bieder de minderheidsaandeelhouders uitstoten via een driehoeksfusie die hun belang onder de uitkoopgrens van 5% zou brengen, gevolgd door uitkoop. De Hoge Raad oordeelt dat de uitkoopregeling niet eraan in de weg staat en dat een dergelijke constructie niet zonder meer in strijd is met de redelijkheid en billijkheid of met het EVRM. Het cassatieberoep tegen de afwijzing van de onmiddellijke voorzieningen wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Bij de beoordeling van het middel dient uitgangspunt te zijn dat de wetgever in art. 2:92a en 2:201a BW een regeling heeft getroffen waardoor het aan de in het eerste lid van deze bepalingen bedoelde grootaandeelhouder mogelijk wordt gemaakt in een eenvoudige procedure de andere aandeelhouder(s) uit te kopen en daardoor de overige aandelen te verwerven. De ondernemingskamer kan de vordering tot overdracht van de aandelen slechts afwijzen op een van de in het vierde lid van art. 2:92a en van art. 2:201a (limitatief) opgesomde gronden. Gelet op de aard en de strekking van deze regeling moeten deze afwijzingsgronden beperkt worden uitgelegd. In het bijzonder bieden zij de rechter in beginsel ook geen ruimte voor een belangenafweging (vgl. HR 16 januari 2004, C02/210, NJ 2004, 184). De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat de meerderheidsaandeelhouder die minder dan 95% van het geplaatste kapitaal houdt, nimmer door een constructie als de onderhavige de toepasselijkheid van de uitkoopregeling mag bewerkstelligen, vindt geen steun in het recht. Of het zich bedienen van een zodanige constructie jegens de minderheidsaandeelhouder(s) onrechtmatig is, hangt af van de omstandigheden van het geval waarbij dient te worden meegewogen of de minderheidsaandeelhouders daardoor onevenredig worden benadeeld. 4.3 Met de mogelijkheid dat de vennootschap door fusie, splitsing of omzetting een gedaantewisseling kan ondergaan die tot gevolg heeft dat het belang van de […]”

r.o. 4.2

“Met de mogelijkheid dat de vennootschap door fusie, splitsing of omzetting een gedaantewisseling kan ondergaan die tot gevolg heeft dat het belang van de minderheidsaandeelhouders tot onder de uitkoopgrens van 5% daalt, dient een minderheidsaandeelhouder rekening te houden wanneer hij tot de aankoop van een minderheidspakket overgaat of een minderheidsbelang aanhoudt. (vgl. Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 2005-2006, 30419, nr. 8, blz. 17). Dit neemt niet weg dat een besluit tot fusie dat enkel en alleen de strekking heeft minderheidsaandeelhouders uit te stoten, in strijd kan zijn met hetgeen van het bestuur van een beursvennootschap jegens haar aandeelhouders op de voet van art. 2:8 BW wordt gevorderd door de redelijkheid en billijkheid. De ondernemingskamer heeft in rov. 3.18 van de bestreden beschikking evenwel geoordeeld dat van een dergelijk besluit geen sprake is, omdat met de driehoeksfusie mede kan worden voorkomen dat - hetgeen onwenselijk wordt geacht - binnen het Tele2-concern op het niveau van een werkmaatschappij minderheidsaandeelhouders blijven bestaan en dat deze fusie ook om diverse fiscale redenen noodzakelijk is. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering dan de ondernemingskamer heeft gegeven. 4.4 De regeling van art. 2:92a en 2:201a BW, die voorziet in een eenvoudige procedure om minderheidsaandeelhouders uit te kopen is, naar ook in het middel wordt erkend, niet in strijd met het bepaalde in art. 1 van […]”

r.o. 4.3

“De regeling van art. 2:92a en 2:201a BW, die voorziet in een eenvoudige procedure om minderheidsaandeelhouders uit te kopen is, naar ook in het middel wordt erkend, niet in strijd met het bepaalde in art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en in art. 14 EVRM. Het feit dat van een constructie als de driehoeksfusie gebruik wordt gemaakt die leidt tot toepassing van de uitkoopregeling, rechtvaardigt deze conclusie evenmin, nu deze fusie ook andere belangen dan de toepassing van de uitkoopregeling dient en die regeling met wettelijke waarborgen ter bescherming van de belangen van minderheidsaandeelhouders is omgeven. 5. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Centaurus c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak - aan de zijde van Versatel begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris; - aan de zijde van Tele2 Finance begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 september 2007.”

r.o. 4.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BA4117
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
14 september 2007
Datum publicatie
14 september 2007
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW, 2:92a BW, 2:201a BW, 2:328 BW, 2:92 BW, 2:201 BW
Thema
Uitkoop, Enquêterecht, Fusie en splitsing
Aangesproken
["n.v.t."][0]
Weekoverzicht
Week 37 van 2007

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.