Hoge Raad · 9 april 2010
Bestuurdersaansprakelijkheid jegens curator ex artikel 2:248 BW; cassatieberoep verworpen (artikel 81 RO)
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De curator in het faillissement van een B.V. sprak de bestuurder aan op grond van artikel 2:248 lid 1 BW wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof had de bestuurder aansprakelijk geacht, mede na een eiswijziging in hoger beroep die voortvloeide uit een nieuwe grief bij pleidooi. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zodat de aansprakelijkheid in stand blijft.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.”
r.o. 3