Hoge Raad · 8 april 2011
Aansprakelijkheid statutair bestuurder jegens werkgever; maatstaf artikel 2:9 BW; artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met toepassing van artikel 81 RO het cassatieberoep van een statutair bestuurder die jegens zijn werkgever, een woningstichting, aansprakelijk was gehouden voor schade. Volgens de inhoudsindicatie speelden artikel 7:661 BW en de vraag of ook de maatstaf van artikel 2:9 BW (ernstig verwijt) mocht worden meegewogen. Een inhoudelijke motivering ontbreekt.
Kernoverweging
“Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PWS begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 april 2011.”
r.o. 3