← Week 20

Hoge Raad · 18 mei 2018

Juridische afsplitsing stichting Holland Casino en vermogensklem artikel 2:18 BW; WOR-beroep

  • Fusie en splitsing
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De ondernemingsraad van een staatsstichting die casino's exploiteert, komt op tegen het besluit om het vermogen via juridische afsplitsing over te brengen naar een nieuwe naamloze vennootschap en de stichting daarna te ontbinden. De Hoge Raad bevestigt de marginale toets van de OK en oordeelt dat bezwaren die niet in het advies van de ondernemingsraad zijn opgenomen, in beginsel buiten beschouwing blijven. Ten overvloede overweegt hij dat de vermogensklem van artikel 2:18 lid 6 BW alleen geldt bij omzetting van een stichting en niet bij afsplitsing.

Kernoverwegingen

“Op grond van art. 26 lid 4 WOR kan de ondernemingsraad uitsluitend beroep tegen het besluit van de ondernemer instellen bij de ondernemingskamer op de grond dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. De ondernemer is gehouden om bij zijn besluitvormingsproces alle kenbare bij de onderneming betrokken gerechtvaardigde belangen te betrekken. Het betreft hier een door de ondernemingskamer te verrichten marginale toetsing van de besluitvorming van de ondernemer. De ondernemingskamer gaat slechts na of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Zij laat daarbij aan de ondernemer beleidsvrijheid.”

r.o. 3.4.2

“Bij de beoordeling van deze klacht geldt als uitgangspunt dat de ondernemingsraad zijn bezwaren, eventuele gebreken in de adviesaanvraag en eventuele nadere vragen volledig in zijn advies tot uitdrukking moet brengen. De ondernemer kan bij zijn besluitvorming immers geen rekening houden met bezwaren waarvan hij niet op de hoogte is. Evenmin behoeft hij daarbij rekening te houden met bezwaren die in een eerder stadium naar voren zijn gebracht, maar in het advies niet zijn gehandhaafd. Hieruit volgt dat de ondernemingsraad in beginsel slechts beroep kan instellen tegen het besluit van de ondernemer op grond van bezwaren die in zijn advies zijn opgenomen. Bezwaren die de ondernemingsraad in de beroepsprocedure bij de ondernemingskamer naar voren brengt en die niet uit het advies blijken, dienen buiten beschouwing te worden gelaten. Daarop bestaat uitzondering als de bezwaren voortvloeien uit feiten en omstandigheden die de ondernemingsraad bij het uitbrengen van zijn advies niet kende of behoefde te kennen, of als wezenlijke gebreken kleven aan de adviesaanvraag.”

r.o. 3.5.2

“In zijn advies van 24 oktober 2016 (zie hiervoor in 3.1 onder (xi)) heeft de ondernemingsraad niet het bezwaar opgeworpen dat de door Holland Casino voorgestane wijze van omvorming strijdig is met het bepaalde in art. 2:18 BW. De ondernemingsraad heeft zich in de procedure ten overstaan van de ondernemingskamer niet beroepen op een uitzondering als hiervoor in 3.5.2 bedoeld, die rechtvaardigt dat de ondernemingsraad zijn bezwaar toch in de beroepsprocedure bij de ondernemingskamer naar voren brengt. Dat betekent dat de ondernemingskamer bij gegrondbevinding van de klachten van onderdeel 3 niet tot een ander oordeel zou kunnen komen, aangezien zij het aangevoerde bezwaar omtrent de strijdigheid van de omvorming met art. 2:18 BW buiten beschouwing zou moeten laten. De ondernemingsraad mist derhalve belang bij de klachten van onderdeel 3, zodat deze niet tot cassatie kunnen leiden.”

r.o. 3.5.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2018:725
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 mei 2018
Datum publicatie
18 mei 2018
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:18 BW
Thema
Fusie en splitsing, Vereniging, stichting en coöperatie, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 20 van 2018

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.