← Week 14

Hoge Raad · 3 april 2020

Maatstaf bevoegdheid concernenquête SNS Reaal en SNS Bank

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad geeft de maatstaf voor een concernenquête. Aandeelhouders van een moedervennootschap zijn ook bevoegd een enquête te verzoeken naar een dochter als beide in een groep (artikel 2:24b BW) zijn verbonden en de moeder het beleid van de dochter ten aanzien van de onderwerpen van het verzoek mede heeft bepaald. Het cassatieberoep tegen de beslissing van de OK wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Art. 2:346 BW bevat een limitatieve opsomming van degenen die bevoegd zijn tot het indienen van een enquêteverzoek. In art. 2:346 lid 1, aanhef en onder b en c, BW wordt daarbij voor houders van aandelen of certificaten van aandelen een kapitaaleis gesteld. Die kapitaaleis ziet op aandelen of certificaten van aandelen die rechtstreeks worden gehouden in de vennootschap waarop het enquêteverzoek betrekking heeft.”

r.o. 3.2

“De Hoge Raad heeft in de Landis-beschikking geoordeeld dat onder omstandigheden onder houders van aandelen of certificaten van aandelen als bedoeld in art. 2:346 BW, mede te begrijpen zijn houders van aandelen of certificaten van aandelen in de moedermaatschappij van de vennootschap waarop het enquêteverzoek betrekking heeft. Dit oordeel is mede erop gegrond dat blijkens opvattingen van de regering de wet ruimte biedt voor een ‘bevoegdheidsdoorbraak’ en dat het in de eerste plaats aan de rechter is om aan de ontwikkelingen op dat punt vorm te geven. Uitgangspunt daarbij is dat de strekking van het enquêterecht meebrengt dat het bij de toepassing daarvan uiteindelijk vooral aankomt op de economische werkelijkheid. In de Landis-beschikking heeft de Hoge Raad een op het daar aan de orde zijnde geval toegespitst oordeel gegeven en niet in algemene zin geoordeeld over de vraag in welke omstandigheden een concernenquête mogelijk is.”

r.o. 3.3

“Voor het aannemen van de bevoegdheid om een concernenquête te verzoeken, is vereist dat de vennootschap ten aanzien waarvan is voldaan aan de kapitaaleis van art. 2:346 lid 1, aanhef en onder b of c, BW en de rechtspersoon waarop het enquêteverzoek mede betrekking heeft, in een groep in de zin van art. 2:24b BW met elkaar zijn verbonden. Daarnaast is vereist dat eerstgenoemde vennootschap het beleid of de gang van zaken van laatstgenoemde rechtspersoon ten aanzien van de onderwerpen die aan het enquêteverzoek ten grondslag zijn gelegd, mede heeft bepaald.”

r.o. 3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2020:478
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
3 april 2020
Datum publicatie
3 april 2020
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:346 BW, 2:24b BW, 2:403 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 14 van 2020

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.