Hoge Raad · 18 november 2022
Enquêteverzoek OM bij Sint Maartens havenbedrijf; belangenafweging bij openbaar belang
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Het Openbaar Ministerie verzocht om redenen van openbaar belang een enquête bij een havenconcern na fraude en gebrekkige corporate governance. Het hof wees het verzoek af na een belangenafweging, omdat de vennootschappen inmiddels verbeteringen hadden doorgevoerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en overweegt dat bij een verzoek om redenen van openbaar belang het belang van openheid van zaken en de preventieve werking in de afweging passen. De afweging van het hof was niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd.
Kernoverwegingen
“Bij de beoordeling van deze klachten dient tot uitgangspunt dat de regeling van het enquêterecht in Sint Maarten is ontleend aan het Nederlandse enquêterecht en dat de verschillen tussen beide regelingen voor de beoordeling van de hiervoor in 3.1 weergegeven klachten niet relevant zijn. Mede gelet op het concordantiebeginsel dient de regeling van het enquêterecht van het BWSM in dit geval dan ook op dezelfde wijze te worden uitgelegd als de regeling van het enquêterecht van het BW.”
r.o. 3.2.1
“De bevoegdheid een enquête te bevelen indien er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen, is een discretionaire: bij de uitoefening van die bevoegdheid dient een afweging van de betrokken belangen plaats te vinden. De belangenafweging moet steunen op de feiten en omstandigheden van het concrete geval, waarbij naast de doeleinden van het enquêterecht mede moeten worden betrokken de aard van het tussen de verzoeker en de rechtspersoon bestaande geschil en de bezwaren tegen een ruime toepassing van het middel van enquête. De regeling van het enquêterecht is gericht op het belang van de rechtspersoon en bij de belangenafweging staat dat belang daarom voorop. De afweging van meer algemene belangen tegen de in het concrete geval bestaande belangen leent zich veelal niet voor een gedetailleerde motivering. Een dergelijke motivering mag wel worden verlangd indien bepaalde feiten of omstandigheden duidelijkvoor dan wel tegen toewijzing van het enquêteverzoek pleiten, en de rechter desalniettemin tot een andersluidende beslissing komt. De rechter kan in het kader van de belangenafweging bezien of door het beperken van de reikwijdte of de kosten van een te bevelen onderzoek een evenwicht kan worden bereikt tussen de belangen die met een onderzoek worden gediend en relevante bezwaren die tegen een onderzoek bestaan.”
r.o. 3.2.2
“In dit geval heeft het OM op de voet van art. 2:272 lid 2 BWSM een enquête verzocht om redenen van openbaar belang. In het bijzonder in zodanig geval, ligt het voor de hand bij de belangenafweging te betrekken het maatschappelijke belang van openheid van zaken over mogelijk wanbeleid binnen een onderneming waarvan het functioneren een ruime kring van belanghebbenden raakt, en de preventieve werking die het gevolg kan zijn van het verkrijgen van openheid van zaken.”
r.o. 3.2.3