← Archief 2022

Week 46

Week 46 · 14 nov – 20 nov 2022 · 3 uitspraken

Boek 2 BW (3)

  • Hoge Raad · 18 november 2022

    Enquêteverzoek OM bij Sint Maartens havenbedrijf; belangenafweging bij openbaar belang

    • Enquêterecht
    • Boek 2 BW

    Het Openbaar Ministerie verzocht om redenen van openbaar belang een enquête bij een havenconcern na fraude en gebrekkige corporate governance. Het hof wees het verzoek af na een belangenafweging, omdat de vennootschappen inmiddels verbeteringen hadden doorgevoerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en overweegt dat bij een verzoek om redenen van openbaar belang het belang van openheid van zaken en de preventieve werking in de afweging passen. De afweging van het hof was niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd.

    ECLI:NL:HR:2022:1705

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 18 november 2022

    Curator vordert van bestuurder schade na selectieve betaling bank; Peeters/Gatzen-vordering?

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    De curator in het faillissement van een houdstermaatschappij vordert van een bestuurder schadevergoeding wegens selectieve betaling aan de huisbank kort voor het faillissement, op grond van de artikelen 2:248, 2:9 en 6:162 BW. Het hof wees de vordering uit onrechtmatige daad toe als Peeters/Gatzen-vordering, namens de gezamenlijke schuldeisers. De A-G concludeert dat de curator alleen schade van de vennootschap zelf vorderde, zodat het hof meer heeft toegewezen dan gevorderd. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.

    ECLI:NL:PHR:2022:1075

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 18 november 2022

    Peeters/Gatzen-vordering en selectieve betaling bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een curator vordert van twee bestuurders van een gefailleerde houdstermaatschappij schadevergoeding op grond van de artikelen 2:248, 2:9 en 6:162 BW, onder meer wegens de verkoop van patenten kort voor het faillissement, waarvan de opbrengst door de bank is verrekend. Het hof wijst die vordering toe als onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers. De A-G concludeert dat de vordering niet als Peeters/Gatzen-vordering was ingesteld, zodat het hof meer heeft toegewezen dan gevorderd. De klachten over het persoonlijk ernstig verwijt wegens selectieve betaling falen volgens de A-G. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.

    ECLI:NL:PHR:2022:1076