Hoge Raad · 19 april 2024
Aansprakelijkheid voormalig vennoot vof na beroepsfout; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in een zaak die volgens de inhoudsindicatie gaat over verjaring, een beroepsfout van een vennootschap onder firma en de aansprakelijkheid van een voormalig vennoot. De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet nader op grond van artikel 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie. De uitspraak vervolgt een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2020.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 19 april 2024 .”
r.o. 2