Hoge Raad · 10 april 2026
Tegenstrijdig belang bestuurder: medebestuurders beslissen over uitsluiting van besluitvorming
- Overig Boek 2
- Enquêterecht
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een enquêteprocedure bij een besloten vennootschap draaide het om de vraag wie beslist of een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft dat deelname aan de besluitvorming uitsluit. De Hoge Raad oordeelt dat, bij een meerhoofdig bestuur zonder raad van commissarissen en bij verschil van inzicht, de overige bestuurders beslissen en niet de betrokken bestuurder zelf. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Kernoverwegingen
“Een bestuurder heeft een tegenstrijdig belang in de zin van art. 2:239 lid 6 BW indien hij te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend laat leiden door het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.De vraag of een tegenstrijdig belang bestaat, kan slechts worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval.”
r.o. 3.2.2
“De wet bevat geen nadere regeling over de melding en vaststelling van een tegenstrijdig belang. In een geval als dit, waarin het bestuur uit meerdere personen bestaat en de vennootschap geen raad van commissarissen heeft, ligt het op de weg van de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang om een zo groot mogelijke openheid te betrachten en dit mogelijke tegenstrijdige belang te melden aan zijn medebestuurders. Het is dan, in geval van verschil van inzicht daarover, niet aan de betrokken bestuurder zelf, maar aan de andere bestuurders, om te beslissen of de betrokken bestuurder daadwerkelijk een tegenstrijdig belang heeft en daarom niet behoort deel te nemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Dat geldt ook indien de betrokken bestuurder aan zijn medebestuurders geen melding heeft gedaan van zijn mogelijke tegenstrijdige belang. Indien de andere bestuurders oordelen dat de betrokken bestuurder wegens een tegenstrijdig belang niet aan de beraadslaging en besluitvorming behoort deel te nemen, dienen zij ervoor zorg te dragen dat de betrokken bestuurder ook daadwerkelijk niet aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp deelneemt.”
r.o. 3.2.3
“Uit hetgeen hiervoor in 3.2.3 is overwogen, volgt dat de hiervoor in 3.1 weergegeven klacht berust op een onjuiste rechtsopvatting en dus faalt.”
r.o. 3.2.4